zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Islam Islamitisch Cultuur Nafsiyya: 3. De liefde voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw)

Nafsiyya: 3. De liefde voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw)

De liefde van Allah (swt) voor Zijn (swt) dienaren betekent vergiffenis, acceptatie en beloning. Al Baydaawi zei: "Hij (swt) houdt van jullie en dat Hij (swt) zal vergeven betekent dat Hij (swt) tevreden met jullie zal zijn." Al Azhari zei: "Liefde van Allah (swt) voor Zijn (swt) dienaar is Zijn (swt) zegening van de dienaar met vergiffenis."

Al Azhari zei: "De liefde van een dienaar voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) betekent het gehoorzamen van Hem (swt) en het volgen van Zijn (swt) gebod." Al Baydaawi zei: "Liefde is de wil om te gehoorzamen." Ibn 'Arafah zei: "Liefde betekent in de taal van de Arabieren iets oprecht willen." Az Zajjaaj zei: "De liefde van de mens voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) betekent Hem gehoorzamen en accepteren wat Hij (swt) heeft verordend en wat Zijn Boodschapper (saw) heeft gebracht."

Hij (swt) zegt:

"Allah houdt niet van de ongelovigen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 32)

 

Oftewel, Hij (swt) zal hen niet vergeven. Soeyan bin 'Oenayna heeft gezegd: "Hij houdt van jullie betekent dat Hij (swt) nabij aan jullie zal zijn. Liefde is nabijheid. Allah (swt) houdt niet van de ongelovigen betekent dat Hij (swt) de ongelovigen niet nabij zal brengen (aan Hem)." Al Baghawi zei: "Liefde van Allah (swt) voor de gelovigen betekent Zijn prijzing, beloning en vergiffenis voor hen." Az Zajjaaj zei: "Liefde van Allah (swt) voor Zijn (swt) schepping betekent Zijn (swt) vergiffenis voor hen en Zijn (swt) zegeneningen, genade, vergiffenis en prijzeningen voor hen."

Wat ons hier echter van belang is, is de liefde van de dienaar voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw). Deze liefde, in bovenstaande betekenis, is een verplichting, want liefde is een neiging (mayl) die de verlangens van de mens vorm geeft. Deze neigingen kunnen instinctief zijn (ghariezi), oftewel geen relatie tot een concept kennen, zoals in het voorbeeld van de liefde van een man voor bezit, zijn liefde tot overleven, gerechtigheid, familie en kinderen, et cetera. Ze kunnen echter ook in relatie staan tot concepten, welken dan het type van neigingen bepalen. De Oorspronkelijke Amerikanen (Indianen) hielden niet van de immigranten die uit Europa kwamen, terwijl de Ansar wel hielden van degenen die naar hen emigreerden (in Al Madina). De liefde voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) is van het type dat Allah (swt) heeft gelinked aan een sjari'a concept, waardoor het een verplichting is. De bewijzen hiervoor zijn in het Boek van Allah (swt):

Hij (swt) zegt:

"Onder de mensen zijn er, die voorwerpen van aanbidding buiten Allah nemen, als rivalen (voor Allah). Ze hebben dezen lief zoals ze Allah behoren lief te hebben. Maar zij die geloven zijn sterker in hun liefde voor Allah." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqarah 2, vers 165)

Het betekent dat de liefde van de gelovigen voor Allah (swt) groter is dan de liefde van de meergodendienaren voor hun rivalen van Allah (swt).

Hij (swt) zegt:

"Zeg: 'Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt al Fasiqoen (de opstandigen, de ongehoorzamen tegenover Allah) niet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tauba 9, vers 24)

Voor wat betreft de bewijzen uitde Soennah, zij zijn de volgenden:

Anas (ra) heeft overgeleverd:

Een man vroeg de Profeet (saw) over het Laatste Uur. Hij vroeg: "Wanneer is het Laatste Uur?" Hij (saw) zei: Wat heb je voorbereid (of, wat heb je aan voorbereidingen getroffen)?" Hij zei: "Niets, maar ik hou van Allah en Zijn Boodschapper." Hij (saw) zei: Je zult zijn met degenen van wie je houdt.

Anas zei: Niets maakte ons meer blij dan toen we de Profeet (saw) hoorden zeggen dat je zult zijn bij degene van wie je houdt.

Anas zei: Ik hou van de Profeet, Aboe Bakr en 'Oemar, en ik wens dat ik bij hen zal zijn vanwege mijn liefde voor hen, ook al heb ik niet zoveel goede daden gedaan als zij hebben. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Anas heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) zei:

Er zijn drie dingen waardoor men, als men deze weet te verzalen, de zoete smaak van geloof zal proeven. Dat Allah en Zijn Boodschapper hem meer geliefd zijn dan wat dan ook; dat hij van een man houdt enkel voor de zaak van Allah; dat hij net zo weinig houdt van de gedachte om terug te keren naar ongeloof als dat hij weinig houdt van de gedachte om in het Vuur geworpen te worden. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Anas heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) zei:

Geen van jullie zal een gelovige geacht worden totdat hij meer van mij houdt dan van zijn familie, zijn rijkdommen en al de mensen. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

De metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw) waren zeer berzorgd over de ten uitvoer brenging van hun plichten. Zij waren onderling competitief in het verkrijgen van zijn prijzingen, hopende dat zij degene zouden zijn waarvan Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw) zouden houden. Anas (ra) heeft overgeleverd dat op de dag van de Slag bij Oehoed:

De mensen rendden weg en verlieten de Profeet (saw), maar Aboe Talha beschermde de Profeet (saw) door zijn schild voor hem (saw) te houden. Aboe Talha was een sterke en ervaren boogschutter die zijn boog sterk hield en goed opgerekt. Op die dag brak hij twee van zijn drie bogen. Wanneer een man passeerde met een zak pijlen, dan zei de Profeet (saw): Maak (je zak) leeg hier voor Aboe Talha. Toen de Profeet naar de vijand begon te kijken door zijn hoofd omhoog te doen (tot boven het schild), zei Aboe Talha: "Oh Profeet van Allah! Laat mijn ouders geofferd worden voor jouw zaak! Steek je hoofd alsjeblieft niet uit waardoor deze zichtbaar wordt, opdat een pijl van de vijand je zou raken. Laat mijn nek en borst verwondt worden in plaats van die van jouw". (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Er is overgeleverd dat Qays heeft gezegd:

Ik zag de hand van Aboe Talha verlamd, de hand die de Profeet had beschermd. (Al Boechari)

In de lange hadith overgeleverd door Ka'ab bin Malik, over de drie die achter gebleven warn tijdens de Slag van Taboek, zegt Ka'ab:

Toen de periode van vervreemding (van de gemeenschap) voortduurde, ondernam ik een wandeling totdat ik op de muur van Aboe Qatada's tuim klom. Hij was mijn neef en behoorde tot de mensen die mij het meest lief waren. Ik groette hem, en bij Allah, hij beantwoordde mijn begroeting niet. Daarom zei ik: "Oh Aboe Qatada, ik smeek je bij Allah, ben je op de hoogte van het feit dat ik hou van Allah en Zijn Boodschapper?" Hij bleef stil. Ik smeekte hem in naam van Allah een tweede maal, maar hij bleef stil. Ik riep hem aan een derde maal. Toen reageerde hij: "Allah en Zijn Boodschapper weten het best." Daarop stroomde tranen in mijn ogen, ik draaide me om en klom (terug) over de muur. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Sahl bin Sa'ad heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) op de dag van Chaybar zei:

Qoetayda bin Said informeerde ons dat Yaqoeb bin 'Abderrahman ons informeerde van Abi Hazim, dat hij had gezegd: Sahl bin Sa'ad (ra) vertelde me dat de Boodschapper van Allah (saw) op de dag van Chaybar zei:

Ik zal dit vaandel geven aan een man die houdt van Allah en Zijn Boodschapper, en zij houden van hem. Al de moslims kwamen naar voren, de volgende ochtend, in de hoop dat zij de eer zouden krijgen om het vaandel te dragen. De Profeet (saw) riep 'Ali ibn Aboe Talib. Hem (saw) werd verteld: "Oh Boodschapper van Allah, zijn ogen doen hem pijn." Hij (saw) zei: Roep hem. 'Ali werd hem gebracht en de Boodschapper van Allah (saw) spuugde op zijn ogen en deed een doe'a voor hem, zodat hij (direkt) genezen raakte alsof hij voordien geen pijn had gehad. Men overhandigde hem het vaandel. 'Ali, op zijn beurt, zwoer dat hij de vijanden zou bevechten totdat zij Islam zouden accepeteren. De Profeet (saw) antwoordde hem door te zeggen: Doe het rustig aan en nodig hen uit tot Islam en informeer hen over hun plichten ten opzichte van Allah. Ik zweer bij Allah, al zou maar één persoon door jouw handen de leiding vinden (oftewel moslim worden), dan zou dat van meer waarde zijn dan de beste van onze kamelen. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Ibn Hibban heeft in zijn Sahieh overgeleverd:

Toen we terugkeerden tot Qoraisj, zei hij, ik ben bij de hoven van koningen geweest en ik heb de praal gezien van de Ceaser en de Chosroes en de Negus. Maar nooit heb ik een koning gezien die zo gerespecteerd werd als Mohammed (saw) door zijn metgezellen. Bij Allah, al had hij slijm uitgespuugd en was het toevalligerwijs terechtgekomen op de handen van een van zijn metgezellen, dan zou deze het op zijn gezicht en huid gesmeerd hebben. Als hij hen een opdracht gaf om iets te doen, dan haastte men zich om het te doen, en als hij zich wastte dan vocht men om het water dat hij had gebruikt. Als hij sprak, dan verlaagden de mensen hun stemmen en ze keken hem rechtstreeks aan, in een uiting van respect voor hem...

Mohammed bin Sireen zei:

De mensen waren herinneringen aan 'Oemar (ra) aan het ophalen, alsof zij 'Oemar prefereerden boven Aboe Bakr (ra). Toen nieuws hiervan 'Oemar bin al Chattab bereikte, zei deze: "Bij Allah, een nacht met Aboe Bakr is beter dan de familie van 'Oemar. De Profeet ging tezamen met Aboe Bakr naar de grot van Thawra, Aboe Bakr ging soms voor de Profeet en soms achter hem. De Profeet zag zijn ongerustheid. Hij vroeg Aboe Bakr: Oh Aboe Bakr, wat scheelt er? Soms loop je achter me en soms loop je voor me. Hij antwoordde: 'Oh Boodschapper van Allah, als ik denk aan de vijanden die ons mogelijk op de hielen ziten, dan loop ik achter u, maar als ik denk over een mogelijk hinderlaag dan loop ik voor u.' Daarom zei hij (saw): Oh Aboe Bakr! Wens je dat jouw iets overkomt in plaats van mij? Hij zei: 'Ja, bij Hem die u gezonden heeft met de waarheid, ik wens geen enkele verzwaring behalve wanneer het mij overkomt in plaats van u.' Er is eveneens overgeleverd dat toen de twee aankwamen bij de grot Thawra, Aboe Bakr aan de Profeet vroeg te wachten totdat hij de grot had onderzocht en proper had gemaakt. Hij ging de grot binnen om deze te onderzoeken en kwam naar buiten nadat hij deze schoon had gemaakt. Toen herinnerde hij zich dat hij niet ordelijk schoon had gemaakt op een specifieke plaats. Hij vroeg de Profeet nogmaals te wachten en ging de grot in een tweede maal. Nadat hij zichzelf ervan overtuigd had dat de plaats veilig was en geen gevaarlijke insecten of reptielen behuisde, zei hij: 'Treedt binnen, Oh Boodschapper van Allah'." 'Oemar zei: "Bij Degene in wiens hand mijn ziel is, die nacht was beter dan de familie van 'Oemar." (Overgeleverd door al Hakim in zijn al Moestadrak. Hij zei dat de isnad betrouwbaar is naar de maatstaf van de twee sjeichs, oftewel al Boechari en Moeslim, ook al is deze moersal. Deze moersal is van het type dat geaccepteerd wordt.)

Anas bin Malik (ra) heeft overgeleverd dat:

Toen de vijand de bovenhand begon te krijgen op de dag van de Slag bij Oehoed, was de Profeet in het gezelschap overgebleven van slechts zeven mannen van de Ansar en twee van Qoraisj. Toen de vijand in zijn richting oprukte en hem (dreigde) te overwelmen, zei hij: Wie hen terugdrijft zal in het Paradijs zijn of ...zal mijn metgezel in het Paradijs zijn. Een man van de Ansar kwam naar voren en bevocht de vijand totdat hij gedood werd. De vijand kwam weer naar voren en (dreigde) hem wederom te overwelmen en hij herhaalde zijn woorden: Wie hen terugdrijft zal in het Paradijs zijn of ...zal mijn metgezel in het Paradijs zijn. Een man van de Ansar kwam naar voren en bevocht de vijand totdat hij gedood werd. Dit ging voort totdat de zeven Ansar gedood waren. Toen zei de Boodschapper van Allah (saw) tegen zijn twee metgezellen van Qoraisj: We hebben onze metgezellen geen recht gedaan. (Moeslim)

Ibn Hisham heeft overgeleverd:

We waren met de Profeet toen hij de hand van 'Oemar nam. 'Oemar zei: "Ik hou meer van u dan alles behalve mijn ziel die tussen mijn twee helften is." De Profeet antwoordde: Geen van jullie zal geloven totdat ik hem meer dierbaar ben dan zijn eigen ziel. 'Oemar zei: "Bij Degene die u het Boek heeft nedergezonden, Ik hou nu meer van u dan mijn ziel die tussen mijn twee helften is." De Profeet zei: 'Oemar, nu heb je het! (Al Boechari)

An Nawawi heeft in zijn commentaar op Sahieh Moeslim de betekenis van het liefhebben van de Boodschapper (saw) overgeleverd, volgens Soeleyman al Chattabi:

Jullie zullen niet oprecht zijn in jullie liefde voor mij totdat jullie jezelf tot het uiterste inspannen om mij te gehoorzamen, totdat jullie mijn tevredenheid verkiezen boven jullie eigen verlangens, zelfs als dit zou leiden tot jullie dood.

Ibn Sirien zei:

Ik zei tegen 'Oebayda: We hebben wat haar van de Profeet (saw), wat we hebben verkregen door middel van Anas of de familie van Anas. Hij zei: "Dat ik een lok van het haar van de Profeet zou hebben is me dierbaarder dan de wereld en wat er zich daarin bevind." (Al Boechari)

'Aiesja heeft overgeleverd dat Aboe Bakr (ra) heeft gezegd:

Bij Degene in wiens hand mijn ziel is, het behouden van goede relaties met de familieleden van de Boodschapper van Allah (saw) is me dierbaarder dan het behouden van goede relaties met mijn eigen familie.

'Aiesja (ra) zei:

Hind bint 'Oetba kwam en zei: "Oh Boodschapper van Allah (saw), er was geen familie op deze aarde die ik liever gekleineerd had dan de jouwe. Maar vandaag is er geen familie op aarde die ik meer geëerd zou willen zien dan de jouwe."

Tariq bin Sjibab heeft overgeleverd dat hij Ibn Masoed had horen zeggen:

Ik heb Al Miqdad bin al Aswad gezien in een gebeurtenis die me dierbaarder dan al het mogelijke andere zou zijn geweest, zou ik de held (in de gebeurtenis) zijn geweest. Hij kwam naar de Profeet terwijl de Profeet Allah (swt) aanzocht om boos te zijn tegen de ongelovigen. Al Maqdid zei:

"We zullen niet zeggen wat het volk van Moses zei: 'Ga jij en je heer en vecht jullie twee tezamen, wij blijven hier zitten.' (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 24)

Maar we zullen vechten aan uw rechterkant en aan uw linkerkant, en voor u en achter u." Ik zag dat het gezicht van de Profeet (saw) begon te schijnen van tevredenheid, want deze uitspraak maakte hem blij. (Al Boechari)

'Aiesja heeft overgeleverd dat Sa'ad zei:

Oh Allah! U weet dat niets me dierbaarder is dan het vechten in Uw naam tegen degenen die in ongeloof volhardden tegen Uw Boodschapper en die hem verdereven uit Mekka. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)

Aboe Hoerayra (ra) heeft overgeleverd dat Thoemama bin Oethal zei:

Oh Mohammed. Bij Allah! Er was geen gezicht meer gehaat door mij dan het jouwe, maar jouw gezicht is het door mij meest geliefde geworden. Bij Allah! Er was geen dien meer gehaat door mij dan het jouwe, maar jouw dien is de door mij meest geliefde geworden. Bij Allah! Er was geen land meer gehaat door mij dan het jouwe, maar jouw land is het door mij meest geliefde geworden. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus.)