Hadith 51: De tong moet worden gebruikt om de waarheid te spreken indien de hand het niet kan opleggen
- zondag, 01 januari 2012 17:27
- Datum gepubliceerd
Wie van jullie een kwaad (moenkar) ziet, laat hem het veranderen met zijn hand, indien hij hier niet toe in staat is dan met zijn tong (door zich erover uit te spreken), en indien hij daartoe niet in staat is (zou hij het moeten afwijzen) met zijn hart, en dat is de zwakste vorm van Imaan. (Moeslim)
Commentaar
a.De volgorde welke wordt aangegeven in de hadieth – het veranderen – is een bindend verzoek welke wordt beschouwd als een verplichting volgens idjma’, en is onderdeel van het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte welke verplicht is gesteld door de Koran, de Soenna en de consensus van de Metgezellen zoals vermeld door Imam Nawawi.
b.Het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte is een collectieve plicht, indien een deel van de mensen het uitvoert dan is dit voldoende en de verplichting wordt ontheven van de schouders van de rest, echter indien het wordt nagelaten is iedereen verantwoordelijk en zondig.
c.Volgens Imam Nawawi is het geen voorwaarde dat de persoon die het goede gebied of het slechte verbied volledig vrij is van de kwestie zelf, Het kan zijn dat de persoon niet het gehele goede vervult of zich totaal afzijdig houdt van het kwade, maar dit betekent niet dat hij het niet kan gebieden, wetende dat het eerst op hem van toepassing is en ook op anderen.
d.De volgorde is niet beperkt tot een specifieke groep mensen zoals mensen in autoriteit zoals heersers en rechters, of personen met bijzondere eigenschappen zoals geleerden, echter het is algemeen bedoeld voor alle mensen zoals wordt begrepen met het woord “man” wat inhoudt: “wie dan ook”.
e.Het kwaad wat genoemd is moet een algemeen bekende moenkar zijn, en er is geen inkaar (tegenhouden/veroordelen van anderen) in kwesties waar verschil van mening over is bij de geleerden.
f.Sheikh Ibn Taymiyya heeft drie voorwaarden genoemd voor de kwestie het gebieden van het goede en het gebieden van het slechte:
- Kennis voor handelen. (en dit met betrekking tot de kwestie die waargenomen wordt, dus een algemeen bekende kwestie voor moslims is het verlaten van het gebed of het regeren met hetgeen anders dan de Sjari’a benodigd bijvoorbeeld geen geleerde om te gebieden of te verbieden)
- Bedachtzaamheid en verdraagzaamheid terwijl de handeling wordt uitgevoerd. (om de boodschap op meest effectieve wijze af te leveren en vrij te zijn van blaam en beschuldiging)
- Geduld na de handeling. (omdat de persoon die de handeling uitvoert geconfronteerd zal worden met beproevingen en verdrukkingen door degenen bij wie hij de handeling uitvoert)
g.De overlevering verklaard dat indien het niet mogelijk is het kwaad met kracht of autoriteit te veranderen, dan is het noodzakelijk dat men zich erover uitspreekt.
h.Er is overgeleverd dat ‘Iesa bin Dienar, een van de meest bekende tabi’ tabien heeft gezegd: “Er is geen roddelen in drie: de tirannieke heerser, een faasiq die openlijk zondig is, en iemand puur voor zijn innovatie.”
Islam 
