donderdag, feb 23rd

Last update01:33:39 PM

U bent hier: Islam Hadieth

Hadith 60: Het Negeren van de Da’awa en Djihaad is de Reden voor Vernedering

Indien een volk dinars en dirhams weerhouden (oppotten) en handelen volgens al-iena (een manier van handel wat lijkt op riba) en ze de staarten van de koeien volgen en de Djihaad op het pad van Allah verlaten, Allah zal op hen een vernedering plaatsen welke niet verwijderd zal worden totdat ze terugkeren naar hun dien. (Ahmed)

Lees verder...

Hadith 58 & 59: De Doe’a wordt niet beantwoord en er is geen Overwinning van Allah tenzij de Mensen ter Verantwoording roepen volgens Islam

Hadieth 58: O mensen, voorwaar Allah zegt jullie het goede te gebieden en het slechte te verbieden voordat je Mij aanroept wat betekent dat Ik je (doe’a) niet beantwoord en je me vraagt en ik je niet geef en je overwinning zoekt en ik je geen overwinning geef (omdat je niet eerst het goede gebood en het slechte verbood) (Ahmed/ Ibn Hibbaan/ Bayhaqi)

Hadieth 59: Een volk verlaat niet het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte behalve dat hun daden niet worden verheven (tot Allah) en hun doe’a niet verhoord wordt. (Ibn Qayyim)

 

Lees verder...

Hadith 57: Het zoeken van de Acceptatie van de Mensen door Allah ontevreden te stellen resulteert in Vernedering in dit Leven en het Volgende

Wie de tevredenheid van Allah zoekt terwijl hij de mensen ontevreden stelt, Allah zal tevreden met hem zijn, en hij zal de mensen tevreden met hem maken. En wie de tevredenheid van de mensen zoekt ondanks dat het tot de ontevredenheid van Allah heeft geleid, Allah zal ontevreden met hem zijn en hij zal de mensen ontevreden over hem maken. (Ibn Hibbaan/ Tirmidhi)

Lees verder...

Hadith 56: Het negeren van de Taak van het Terechtstellen en Adviseren resulteert in de meest Slechte Heersers en de meest Strenge Vijanden en de Afwijzing van Doe’a door Allah

Bij Degene in Wiens hand mijn ziel is, het Uur zal niet komen voordat Allah heersers stuurt welke leugenaars zijn, ministers die immoreel zijn, aanhangers die verraders zijn, geleerden die onderdrukkers zijn en reciteurs (van de Koran) die zondig zijn, hun uiterlijk is als het uiterlijk van heilige mensen en hun harten zijn nog rotter dan dood vlees, hun verlangens zijn verschillend en dus zal Allah op hen een fitna zenden welke hen zal bedekken in duisternis en daarin zullen zij vernietigd worden. Bij Degene in Wiens hand Mohammeds’ ziel rust, Islam zal weggenomen worden stukje bij beetje totdat er niet eens meer zal worden gezegd: “Allah, Allah.”

Jullie moeten zeker het goede gebieden en jullie moeten zeker het slechte verbieden of Allah zal de meest slechten onder jullie als heersers over jullie aanstellen, die jullie zullen confronteren met de meest wrede bestraffing, dan zullen de meest besten onder jullie doe’a doen waarna dezen niet beantwoord zullen worden.

Jullie moeten zeker het goede gebieden en jullie moeten zeker het slechte verbieden of Allah zal iemand naar jullie zenden die geen genade heeft voor jullie jeugdigen en geen respect heeft voor jullie ouderen. (Ibn Qayyim)

Lees verder...

Hadith 55: De Achteloosheid van de Oemma in het tegenhouden van de Onderdrukkers is een Oorzaak voor een Collectieve bestraffing van Allah

Wanneer de mensen een onderdrukker zien en zij hem niet bij zijn handen vastpakken (om hem tegen te houden), staan zij (allen) op het punt door Allah bestraft te worden (Aboe Dawoed/ Tirmidhi/ Ibn Maadja)

Lees verder...

Hadith 53 & 54: Het ter Verantwoording roepen van de Heerser

Hadieth 53: De beste djihaad is het rechtvaardige woord tegen de onderdrukkende Soeltaan. (Aboe Dawoed/ Tirmidhi/ Ibn Maadja)

Hadieth 54: De Abdoel Moetallib en een man die (voor) een onderdrukkende heerser staat en hem het goede gebied en het slechte verbiedt, waarna hij (hierdoor) gedood wordt (Haakim)

Lees verder...

Hadith 52: De samenleving heeft een collectieve verantwoordelijkheid in het voorkomen van kwaad

Het voorbeeld van degene die opstaat voor de hoedoed van Allah en degene die compromissen sluit in de hoedoed van Allah, zijn zoals de mensen in een boot. Sommigen van hen bezetten het bovendek en anderen bezetten het benedendek. Wanneer degenen in het benedendek water nodig hebben, moeten zij naar het bovendek gaan om dit te halen. Dus sommigen van hen zeiden: “Waarom maken we geen gat in ons dek, zodat we de mensen van het bovendek niet storen?”

Als de mensen hen niet stoppen, zullen zij allen vallen en tot de verliezers behoren, maar als zij hen tegenhouden zullen zij allen gered zijn. (Boechari)

Lees verder...