zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Islam Biografie Sahaaba Khadija

Khadija

Khadija Bint Khoewaylid, bijgenaamd “Tahira” (De zuivere), was Mekkaanse van de Asad-stam.

Ze was weduwe en had drie kinderen van twee voorgaande huwelijken: - een jongen, Hind, die één van de eerste moslims werd. Hij nam ondermeer deel aan de slag bij Badr. Hij maakte deel uit van diegenen die werden gedood tijdens de Kameelslag in het begin van het kalifaat van ‘Ali;

- en twee dochters, de ene heette Hala en de andere Hind, zoals haar broer.

Bij haar huwelijk met de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) was Khadija ongeveer veertig jaar oud. Men beschreef haar als zijnde mooi. Ze verdeelde haar tijd tussen haar kinderen en haar zaken.

Als rijke handelaarster uit Mekka, vertrouwde ze het transport van haar goederen per karavaan naar Syrië toe aan Mohammed. Ze kreeg de kans om de wijze waarop hij zijn opdrachten vervulde te appreciëren en gunde hem meer en meer vertrouwen daarna haar vriendschap en haar affectie. <

Mohammed was toen ongeveer 25 jaar oud. De openbaring was toen nog niet begonnen. Hij genoot toen echter al veel waardering en respect van zijn medeburgers, omwille van zijn mooie morele kwaliteiten en zijn goede manieren. Hij werd bijgenaamd “Al-Amin”! Men deed regelmatig beroep op hem om geschillen bij te leggen. In het bijzonder bij de heropbouw van de Ka’ba. Hoewel hij arm was geweest, merkte men op dat Mohammed – zelfs vóór de komst van de Islam – een persoonlijkheid was die zich toen reeds onderscheidde van zijn medeburgers.

Wat Khadija betreft, men weet dat ze reeds meerdere huwelijksaanzoeken, voornamelijk van notabelen uit de stad, had afgewezen. Ze gaf de indruk niet te willen hertrouwen. Het blijkt dat ze echter geraakt werd door de vele kwaliteiten die Mohammed bezat en voor hem een tedere genegenheid voelde, gezien ze en verdien, Noefisa, in vertrouwen nam, die op haar beurt er voor zorgen om met Mohammed te praten. Hier volgt wat ons werd overgeleverd van dit gesprek:

“Je komt uit een goede familie en je staat bekend voor je goed karakter; je bent oud genoeg; waarom denk je niet aan trouwen?”

Daarop antwoordde hij dat hij de middelen niet had om een gezin te ondersteunen.

“Maar indien je een echtgenote vindt die rijk, mooi en uit een goede familie is?

- “Wie mag ze wel zijn?”

- “Khadija!”

- “Onmogelijk, de notabelen uit de stad hebben haar gevraagd en ze heeft hen allen afgewezen.”

- “Indien dit voorstel je ligt, laat mij de zaak dan regelen!”

Mohammed begreep waarvan dit vertrouwen kwam. Inderdaad, enige tijd later, wanneer hij zijn akkoord had gegeven, was het Khadija zelf die de huwelijksdatum vastlegde. Dit vond plaats in het jaar 595, vijftien jaar vóór de eerste Openbaring van de Koran aan de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) werd gegeven. Op de dag van het huwelijk ging Mohammed bij haar met één van zijn ooms, Aboe Talib.

Men heeft overgeleverd dat Khadija, die geen vader meer had, niet de mening van haar oom Amr ibn Asad durfde te vragen, waarschijnlijk uit vrees dat hij zich hier tegen zou verzetten gezien de bescheiden middelen van haar toekomstige echtgenoot.

Ze liet hem dronken worden en toen Mohammed aankwam om zijn officiële aanzoek te doen, kon Aboe Talib, zijn oom, gerust het aanzoek formuleren en alle kwaliteiten van Mohammed aantonnen. Hij werd hierin geholpen door een neef van Khadija, Waraqa ibn Nawfal, die eveneens verklaarde dit huwelijk te steunen. Gezien de oom van Khadija geen enkel bezwaar had, werd er van uitgegaan dat hij zijn akkoord had gegeven.

De genodigden aten dadels en suiker. Tijdens de avond kwam de oom van Khadija terug in zijn gewone staat, en kon enkel vaststellen dat het huwelijk al werd gevierd en liet Mohammed zijn echtgenote mee naar huis brengen.

Volgens de gebruiken werd een maaltijd bereid bij aankomst van Khadija in het huis van Aboe Talib. Men raamt dat er ongeveer 200 genodigden aan het huwelijksmaaltijd hebben deelgenoten.

Na een korte termijn gingen de echtelieden in het huis van Khadija wonen. Dat was in het jaar 595 (28 jaar vóór de Hijra).

De meningen verschillen met betrekking tot de bruidschat die Mohammed aan zijn echtgenote zou hebben gegeven tijdens het huwelijk:

- volgens Ibn Hisham, zou het gaan om twintig vrouwelijke kamelen;

- volgens Ibn Habib zou het gaat om twaalf ons zilver (gelijk aan 480 dirhams).

Of misschien heeft ze tegelijkertijd de twintig vrouwelijke kamelen en de 12 ons zilver ontvangen!

Het leven van het koppel was zeer gelukkig en vreedzaam voor het begin van de Openbaring van de Koran. Nadien, toen die bekend werd, moesten ze samen alle leed, dat voortkwam uit de vervolging, die aan de moslims werden aangedaan, doorstaan. Men heeft ons overgeleverd dat Mohammed tedervol van zijn echtgenote hield, dit wordt meerdere keren benadruk in de hadiths die we hebben van ‘Aicha. Van haar kant was Khadija een liefdevolle echtgenote.

Ze was de eerste die hem steunde tijdens hun grote beproevingen. Zij in het bijzonder sprak hem moed in waneer hij de eerste Openbaring ontving. Zij was het weer die hem troostte toen hij dacht dat Allah hem had verlaten, wat de Openbaring had enige tijd gestopt. “Uw Heer heeft u niet verlaten […]”Koran 93/3

Hij trouwde met geen enkele andere vrouw gedurende de vijfentwintig jaren van hun verbintenis, terwijl de polygamie een algemene praktijk was en toen geen enkele regeling kende. In tien jaar heeft Khadija zeven kinderen aan Mohammed geschonken. Ze hebben de kinderen die Khadija vóór hun huwelijk had, en de kinderen komende uit hun verbintenis samen grootgebracht. We weten dat de drie jongens – Qasim die aan de basis lag van de bijnaam van de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) “Aboe Qasim” (vader van Qasim), Tahib en Tahir – op jonge leeftijd gestorven zijn, vóór de islamitische periode. De vier dochters, Zaynab, Roeqaya, Oem Kalthoem en Fatima leefden allen tot na de openbaring en behoorden tot de eerste moslims. Drie onder hen stierven echter vóór hun vader; enkel Fatima overleefde hem enige tijd, alle andere kinderen waren vóór hem gestorven.

Na zijn huwelijk met Khadija hield de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) zich bezig met de handel en verdiende voldoende om de behoeften van zijn familie tegemoet te komen. Hij zorgde voor de zaken van Khadija die – volgens Mekkaans gebruik – de eigendom over haar goederen na haar huwelijk had behouden. We spreken hier over een periode waar de Islam nog niet verschenen was en waar de meerderheid van mensen uit Mekka heidenen waren.

Zo gingen er vele jaren voorbij. Het is pas toen hij veertig jaar oud was dat de Eerste Openbaring van de Koran plaatsvond. Tijdens deze gelegenheid wordt er overgeleverd dat hij grote angst ondervond en Khadija, zijn echtgenote, zijn vertrouwelinge, zijn verdien, in vertrouwen nam terwijl hij haar vertelde wat hem was overkomen, dat hij vreesde gek te worden of het voorwerp was van een duivelse intrige. Men heeft overgeleverd dat ze hem als volgt heeft getroost: “Wees niet bang! God zal je nooit kwaad doen. God zal je enkel goed doen omdat je je naasten helpt, je familie steunt, je op een eerlijke wijze je brood verdient, je de andere op het rechte pad houdt, je asiel verleent aan de weeskinderen, je de waarheid zegt, je niet op frauduleuze wijze goederen eigen maakt, je de mensen die niets hebben ter hulp snelt, je goed ben voor de minstbedeelden en je iedereen met hoffelijkheid behandelt.”

Khadija nam dit evenement heel sereen op. Nadien vermeerden zich de openbaringen en de ontmoetingen met de Engel Gabriel, niet enkel in de grot, maar eveneens op andere plekken, zelfs bij hem thuis toen hij bij haar was.

Om hem helemaal gerust te stellen had Khadija een idee. Toen de Openbaring weer werd gegeven, toen hij bij haar was heeft ze hem aan haar rechterzijde laten neerzitten, dan aan haar linkerzijde en dan vóór haar. Tijdens die tijd verliet de Engel Gabriel hen niet. Toen nam Khadija de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) in haar armen, en plots verdween de Engel Gabriel. Toen zei Khadija tegen de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam): “Ik ben ervan overtuigd dat hij echt een Engel is, want Satan zou ons niet verlaten hebben in onze intieme momenten.”[Boekhari]

Toen kwam de periode waarin de Engel Gabriel aan de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) het goddelijke bevel meedeelde dat hij de Boodschap Gods moest bekendmaken en dus de tot dan toe geopenbaarde verzen bekend moest maken. De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) begon met zijn naasten, en men weet dat Khadija de eerste was die de sjahada uitsprak: “Er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn Boodschapper.” Ze was de eerste vrouw die zich tot de Islam bekeerde.

Op een dag leerde de Engel Gabriel aan de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) de rituele wassing en het gebed. Hij vroeg om water en onderwees hem de praktijk van de rituele zuivering door de wassing. Nadien leerde hij hem de gebedsrite aan door zich vóór hem te plaatsen. Hij deed twee cycli (rakaat) die de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) hem nadeed. Khadija verrichtte op haar beurt na de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) het gebed.

Men heeft ons overgeleverd dat ‘Ali, de zoon van Aboe Talib, die door de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) werd opgevangen tijdens een hongerperiode, en door hem werd opgevoed, die ongeveer 7 jaar oud was, op dat ogenblik binnenkwam. Voordat hijzelf de sjahada zei, wilde hij eerst hierover de mening van zijn vader vragen, toen veranderde hij van gedachte en wilde het niet meer vragen – met een verrassende maturiteit voor zijn leeftijd – oordeelde hij dat God meer recht op Zijn Schepselen had dan zijn eigen vader ooit over hem zou kunnen hebben. Hij sprak de sjahada uit en verrichtte op zijn beurt een gebed van twee rakaat. Daarna verliet de Engel Gabriel hen. Natuurlijk was de openbaring maar in een primair stadium. Ze duurde tot aan de dood van Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) ongeveer 23 jaar later.

Khadija – omwille van haar persoonlijkheid en haar reputatie in Mekka – gaf aanzienlijke hulp aan de Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam), voornamelijk in het begin van zijn opdracht. De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) heeft over haar gezegd: “Ze vertrouwde me toen niemand mij geloofde. Ze bood me haar goederen aan ten gunste van de Islam.”[Boekhari en Moeslim]

Ze gaf hem inderdaad niet enkel haar vertrouwen, maar ook steun zonder voorbehoud en bood haar goederen aan ten gunste van de Islam, Men heeft ons overgeleverd dat ze aan de bron lag van de bekering van sommige van haar familieleden. Het zijn trouwens sommigen van haar neven die eten brachten aan de familie van Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) toen ze in ballingschap waren, en dit terwijl ze grote risico’s namen.

Khadija onderging de verbanning in de woestijn op het ogenblik van de boycot. Uitgeput door het leed en de ontberingen, werd ze ziek. De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) verzorgde haar en stond bij haar tot op het laatste. Ze stierf op de 10e dag van de maand Ramadan van het jaar 620 (ongeveer drie jaar vóór de Hijdra). Ze was ongeveer 65 jaar oud. De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) heeft haar zelf begraven. Het was een gruwelijk verlies voor hem want hij hield heel veel van zijn echtgenote. Hij verloor tegelijkertijd zijn oom en beschermer, Aboe Talib. Vanaf nu was hij heel eenzaam.

Betreffende Khadija zijn er een aantal hadith overgeleverd. Hier vindt u er enkelen.

De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) heeft gezegd: “De beste van de vrouwen op aarde was Maria; de beste van de vrouwen van mijn Gemeenschap was mijn eerste echtgenote Khadija.” [Boekhari]

“De eminente vrouwen van het Paradijs zijn Maria, de dochter van Imran, Assia, de dochter van Mezahem, de vrouw van de Farao, Khadija, de dochter van Khoewaylid, en Fatima, de dochter van Mohammed." [Ahmad en Al-Hakim]

De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam), zelfs al was ze al vele jaren overleden, sprak nog over haar met veel affectie en emotie. ‘Aicha heeft ons overgeleverd dat wanneer hij een schaap slachtte, hij een deel ervan aan de vriendinnen van Khadija gaf.

‘Aicha zei ook nog: “Ik ben nooit zo jaloers op een vrouw geweest dan Khadija.” [ Tirmidhi en Aboe Dawoed]

De Profeet (Sallahu ‘alayhi wa Sallam) Mohammed moest haar inlichten dat: “In het Paradijs zou ze een huis van parelmoer hebben en ze zal er geen enkel lawaai ondervinden.”

Moge Allah tevreden zijn over onze Moeder, Khadija. Een inspiratie voor alle vrouwen!

 


 

De echtgenotes van de Profeet
Uit het boek: De echtgenotes van de Profeet Mohammed
Door: Malika Dif