zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Islam Biografie Sahaaba Oem Salamah

Oem Salamah

Oem Salamah! Wat een veelbewogen leven had zij. Haar echte naam was Hind.

Ze was de dochter van één van de vooraanstaande mensen in de Makhzum-stam, bijgenaamd “Zad ar-Rakib” omdat hij welbekend stond voor zijn vrijgevigheid, vooral aan reizigers.

Oem Salama’s echtgenoot was ‘Abdoellah ibn ‘Abdoelasad en zij waren beide één van de eersten die moslim werden. Alleen Aboe Bakr en enkele volgelingen die op één hand te tellen zijn, gingen hen voor.

Zodra het nieuws dat zij moslim waren geworden zich verspreidde, waren de Qoeraisj razend van woede. Ze vervolgden Oem Salamah en haar man en vielen hen lastig. Maar het koppel week niet, noch wanhoopten zij en bleven standvastig in hun nieuwe overtuiging.

De vervolgingen werden steeds intensiever. Het leven in Mekkah werd voor vele nieuwe moslims ondraaglijk. De Profeet (saw) stond toen toe dat zij naar Abessinië emigreerden. Oem Salamah en haar man waren het voorste gedeelte van deze Moedjahiroen, hun toevlucht zoekend in een vreemd land. Voor Oem Salamah hield dit in dat zij een heel grote woning en haar traditionele banden van haar afkomst en eer voor iets nieuws moest inruilen, hopend op tevredenheid en beloning van Allah (swt) .

Ondanks de bescherming die Oem Salamah en haar stamgenoten ontvingen van de Abessijnse heerser bleef het verlangen naar Mekkah terug te keren om in het bijzijn van de Profeet (saw) , de bron van openbaringen en leiding, te vertoeven, in hun branden.

 

Uiteindelijk bereikte de Moedjahiroen het nieuws dat het aantal moslims in Mekkah was gegroeid. Onder hen waren Hamza ibn ‘Abdoel MoetTalib en ‘Oemar ibn al Khathab. Hun overtuiging had de gemeenschap duidelijk gesterkt, en de Qoeraisj, die erover hoorden, verminderden de vervolgingen een beetje. Om die reden besloot een groep van de Moedjahiroen, met het sterke verlangen in hun hart, naar Mekkah terug te keren. De vervolgingen waren slechts eventjes afgenomen zoals de terugkomenden al gauw ondervonden. Het grote groeiende aantal moslims die de acceptatie van de islam van Hamza en ‘Oemar volgden, maakten de Qoeraisj alleen nog maar woedender. De intensivering van de vervolgingen en de martelingen bereikten een hoogtepunt zoals niet eerder gekend was. Daarom gaf de Profeet (saw) toestemming aan zijn metgezellen om naar Medinah te emigreren. Oem Salamah en haar man waren onder de eersten die vertrokken.

De hidjrah van Oem Salamah en haar man was echter niet zo gemakkelijk als ze hadden verwacht. Integendeel, het was een verbitterende en pijnlijke ervaring en vooral een moedige voor haarzelf.

Laten we haarzelf het verhaal vertellen:

”Toen Aboe Salamah (mijn echtgenoot) besloot om naar Medinah te vertrekken, maakte hij een kameel voor mij rijklaar, hees mij erop en plaatste onze zoon op mijn schoot. Toen ging mijn man voor en vertrok zonder te stoppen of ergens op te wachten. Voordat we echter uit Mekkah waren, hielden enkele mannen van mijn stam ons tegen zeiden: “Hoewel jij kunt doen wat jij wilt, heb jij een macht over jou vrouw. Zij is onze dochter. Denk je dat wij jou toestaan haar met jou mee te laten gaan?’ Toen sloegen ze hem en haalden mij bij hem weg. De stam van mijn man, Banoe ‘Abdoelasad, zagen hen mij en mijn kind meenemen. Zij werden woedend. ‘Nee, bij Allah (swt),’ riepen zij, ‘wij zullen de jongen niet afstaan. Hij is onze zoon en wij hebben het meeste recht op hem.’ Ze pakten hem bij de hand en trokken hem bij me weg. Plotseling, in een paar seconden, was ik alleen en eenzaam. Mijn echtgenoot was helemaal alleen richting Medinah gegaan, zijn stam had mijn zoon afgepakt en mijn eigen stam, Banoe Makhzum hadden mij overweldigd en gedwongen bij hen te blijven.

Vanaf die dag waren mijn man en mijn zoon van mij gescheiden. Elke dag, tegen het middaguur, ging ik naar die vallei en zat daar kijkend naar de plaats waar deze tragedie had plaatsgevonden. Ik herinnerde mij de verschrikkelijke momenten en huilde tot de nacht.

Dit ging een jaarlang zo door tot een man van de Banoe Oemajjah langs kwam en mijn situatie zag. Hij ging terug naar mijn stam en zei:

’Waarom laten jullie deze arme vrouw niet vrij? Jullie hebben ervoor gezorgd dat haar echtgenoot en haar zoon bij haar zijn weggehaald.’

Hij ging door en probeerde hun harten te verzachten door op hun emoties te spelen. Uiteindelijk zeiden ze tegen mij: ‘Ga naar je man als je dit wenst.’

Maar hoe kon ik naar mijn man gaan zonder mijn zoon, mijn eigen vlees en bloed, die zich in Mekkah tussen Banoe ‘Abdoelasad bevond?” Hoe kon ik vrij zijn van angst in mijn ziel en mijn ogen vrij zijn van tranen als ik de plaats van de hidjrah bereikte, niets wetend over mijn zoontje die hier in Mekkah achterbleef?

Enkelen begrepen wat ik meemaakte en hun harten gingen naar mij uit.

Ze smeekten de Banoe ‘Abdoelasad voor mij en zorgden dat ik mijn zoon terugkreeg.

Nu wilde ik geen moment meer in Mekkah verblijven, ondanks dat ik niemand had gevonden om met mij mee te reizen, ik was bang dat er iets zou gebeuren wat de reis naar mijn man zou vertragen of verhinderen. Snel maakte ik mijn kameel rijklaar, plaatste mijn zoon op mijn schoot en vertrok richting Medinah.

Ik bereikte net Tan’im (ongeveer 3 mijl van Mekkah vandaan) toen ik ‘Oethman ibn Talhah (hij was de bewaker van de Ka’bah in pre-islamitische tijden en nog geen moslim) ontmoette.
’Waar ga je naar toe, Bint Zad ar Rakib?’ vroeg hij.

’Ik ga naar mijn echtgenoot in Medinah.’

’En er is niemand die je vergezeld op deze reis?’

’Nee, bij Allah swt). Alleen Allah (swt) en mijn kleine jongen zijn bij mij.’

’Bij Allah (swt) , ik zal jullie niet verlaten tot jullie Medinah hebben bereikt,’ zwoer hij.

Hij pakte de teugels van mijn kameel en leidde ons op de weg.

’Bij Allah (swt) , ik heb nooit eerder een Arabier ontmoet die zo edelmoedig en nobel was als hij. Toen wij bij een rustplaats arriveerden, liet hij mijn kameel knielen, wachtte tot ik af was gestegen en leidde de kameel naar een boom en bond hem eraan vast. Dan ging hij onder de schaduw van een andere boom rusten. Als we uitgerust waren, maakte hij de kameel klaar en liet ons deze bestijgen. Dit deed hij elke dag tot we in Medinah aankwamen. Toen we aankwam in het dorp Qoeba (ongeveer 2 mijl van Medinah gelegen), waar de stam van Banoe Amr ibn Awf zich gevestigd hadden, zei hij: ‘Jouw echtgenoot is in dit dorp. Ga binnen met de zegeningen van God.’

Hij ging terug richting Mekkah.”

Hun wegen kruisten elkaar eindelijk na een lange tijd van scheiding. Oem Salamah was dolblij om haar man terug te zien en hij was zielsgelukkig om zijn vrouw en zoon weer te zien.

Fantastische en gewichtige gebeurtenissen volgden elkaar één voor één op. De slag bij Badr waarin Aboe Salamah vocht. De moslims keerden zegevierend en gesterkt terug. Dan was er nog de slag bij Oehoed waarin de moslims pijnlijk op de proef werden gesteld. Aboe Salamah kwam hier ernstig gewond uit. Hij leek in de eerste instantie goed op zijn behandeling te reageren maar zijn wonden heelden nooit helemaal en hij bleef bedlegerig.

Eens, toen Oem Salamah hem verzorgde, zei hij tegen haar:

”Ik hoorde de Boodschapper van Allah (saw) zeggen: ‘Zeker, van Allah (swt) komen wij en tot Hem keren wij zeker terug.’ En dan bad hij: ‘O Heer, geef mij hiervoor iets goeds in de plaats wat alleen U, de Verhevene en Machtige, mij kunt geven.’”

Aboe Salamah bleef enkele dagen ziek in bed. Op een ochtend zocht de Profeet (saw) hem op. Het bezoek was langer dan normaal. Terwijl de Profeet (saw) nog aan zijn bed stond, overleed hij. Met zijn gezegende handen sloot de Profeet (saw) de ogen van zijn overleden metgezel. Toen rees hij zijn handen in de lucht en zei: “O Heer, schenk vergeving aan Aboe Salamah. Verhef hem tezamen met diegenen dichtbij U. Bescherm zijn familie te allen tijde. Vergeef hem en onszelf. O
Heer der Werelden. Verwijd zijn graf en maak het gemakkelijk voor hem.”

Oem Salamah herinnerde zich het gebed dat haar man had gemaakt op zijn sterfbed voor de Profeet (saw) en begon dit te herhalen: “O Heer, met Uw bevel verzoek ik U mijn conditie bij U te overwegen.” Maar ze kon het niet opbrengen het verder af te maken. “O Heer, geef mij er iets goeds voor in de plaats,” omdat ze zichzelf bleef afvragen: “Wie kan er nou beter zijn dan Aboe Salamah?” Maar het duurde niet lang voordat zij haar smeekbede had beëindigd.

De moslims treurden enorm over de situatie waarin Oem Salamah zich bevond. Ze werd bekend as Ayyin al Arab, degene die haar man verloren had. Ze had in Medinah niemand van haar eigen familie om zich heen behalve haar kinderen, als een hen zonder veren.

Zowel de Moedjahiroen als de Ansaar voelden zich verantwoordelijk voor Oem Salamah. Nadat zij haar iddah (drie maanden en 10 dagen rouw) had afgerond, bood Aboe Bakr aan met haar te trouwen maar ze weigerde. Daarna vroeg ‘Oemar haar ten huwelijk maar ook dit aanzoek wees zij af. De Profeet (saw) benaderde haar hierna en ze antwoordde: “O Boodschapper van Allah (saw) , ik heb drie karaktereigenschappen. Ik ben een extreem jaloerse vrouw en ben bang dat je iets in mij zult zien wat jouw boos zal maken waardoor Allah (swt) mij zal straffen. Ik ben een vrouw van hogere leeftijd en ik ben een vrouw met een jong gezin.”

De Profeet (saw) antwoordde:

”Wat betreft de jaloezie die je noemde, ik bid tot Allah (swt) , de Verhevene, dat deze eigenschap jou mag verlaten. Wat betreft de leeftijdskwestie die je aanhaalde, ik zit met hetzelfde probleem als jou. Wat betreft de afhankelijkheid van jou gezin wat je zei, jou familie is mijn familie.”

Ze trouwden en zo werd het dat Allah (swt) de smeekbede van Oem Salamah had verhoord door haar beter te geven dan Aboe Salamah. Vanaf die dag was Hind al Makhzumiyah niet alleen de moeder van Salamah maar werd zij de moeder van alle gelovigen: Oemm al Moeminien.

 

 

 

 

 

Bron: Abdulhamid - Sahaba

Met dank aan zuster Zeynep Umm Hamza