zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Islam Biografie Geleerden/Overigen Sultan Abdul-Hamid Han de tweede

Sultan Abdul-Hamid Han de tweede

Graag willen wij de aandacht schenken aan Sultan Abdul-Hamid Han, een van de laatste Khalifah's. Deze Islamitische persoonlijkheid heeft een enorme bijdrage geleverd om de verzwakte Islamitische staat nog te redden van een ineenstorting, veroorzaakt door culturele, intellectuele en gewapende strijd van de niet Islamitische landen.

Sultan Abdul-Hamid de Tweede werd geboren op woensdag 21 september 1842. Zijn volledige naam is Abdul-Hamid Han de Tweede bin Abdul-Mecid Han. Hij was de zoon van Sultan Abdul-Mecid van zijn tweede vrouw. Zijn moeder stierf toen hij zeven was. Abdul-Hamid sprak Turks, Arabisch en Perzisch en studeerde literatuur en poëzie. Toen zijn vader Abdul-Mecid stierf, werd zijn oom, Abdul-Aziz de Khalifah. Abdul-Aziz bleef lang aan de macht. Hij werd gedwongen om af te treden en werd later vermoord door politieke vijanden van de Ottomanen. Zijn opvolger was Sultan Murat, de zoon van Sultan Abdul-Aziz, ook hij werd verwijderd van de macht na een korte periode omdat hij niet geschikt zou zijn om het land te besturen.

Op 31 augustus 1876 (1293 H) bekleedde Sultan Abdul-Hamid de positie van de Khalifah, de mensen zweerden hem trouw en beloofden hem loyaal te blijven. Hij was toen 34 jaar oud. Abdul-Hamid realiseerde, zoals hij dat omschreef in zijn dagboek, dat op het tijdstip van de moord op zijn oom er een constante machtsverandering was die te danken was aan een of andere soort van samenzwering tegen de Islamitische staat.

Abdul-Hamid had een karakter waar de historici tot op heden zich over fascineren. De leiding van een reusachtig grote staat werd hem overhandigd in een tijd dat er een gespannen en kritieke situatie heerste. In de komende dertig ambtsjaren maakte hij hoogtepunten van binnenlandse en buitenlandse samenzweringen, oorlogen, revoluties, gebeurtenissen en constante veranderingen mee. Abdul-Hamid drukte zijn gevoelens uit in geschrift en poëzie. Hier is een voorbeeld van zijn handgeschreven poëzie, die uit het boek "Mijn Vader Abdul-Hamid" werd genomen, geschreven door zijn dochter Aisha.

De vertaling van de poëzie,

Mijn Heer ik weet dat u de Aller Beste bent (Al-Aziz).
Niemand anders, dan U alleen is de aller Beste.
Alleen U en niemand anders dan U.
Mijn Allah neemt mijn hand in deze harde tijden.
Mijn Allah, wees mijn helper in dit kritieke uur.

Het eerste probleem dat Abdul-Hamid tegenkwam was Mithet Pascha. Mithett Pascha was in het geheim betrokken bij de verwijdering van de oom van Abdul-Hamid. Toen Abdul-Hamid aan de macht kwam wees hij Mithet Pasha aan als Hoofd van de ministerraad omdat Mithet op dat ogenblik zeer populair was en Abdul-Hamid een soort garantie nodig had om aan de macht te blijven. Mithet Pascha was een goede gouverneur maar hij was bevooroordeeld. Mithet Pascha werd gesteund door een sterke stroom in de raad van Shoera (het parlement). Met behulp van deze mensen slaagde hij erin om in oorlog te gaan tegen Rusland. Abdul-Hamid kon deze stroming niet tegenhouden. Had hij dit toch gewaagd dan zou hij waarschijnlijk verwijderd worden van zijn ambt. Deze stroming wilde hem zelfs beschuldigen van alle verliezen die uit deze miscalculeerde oorlogen voortvloeiden. Abdul-Hamid wilde op dat ogenblik geen oorlogen. De Islamitische staat was op dat ogenblik te uitgeput om zich te verwikkelen in een oorlog. Abdul- Hamid kon de verschillen tussen hem en Mithet Pasha gebruiken om de populariteit van Mithet te verminderen. Hij ontkwam uit zijn wurggreep en verbande hem naar Europa. Het volk en politici stonden achter deze daad.

Daarna, liep Abdul-Hamid over tot de buitenlandse vijanden van de Islamitische Ottomaanse Staat. Hij had de Communistische Revolutie in Rusland voorspeld, en dat het Rusland sterker en daarom gevaarlijker zal maken. Op dat ogenblik, stond het Balkan gedeelte van de staat tegenover twee gevaren, Rusland en Oostenrijk. Abdul-Hamid probeerde de volkeren van de Balkan hiervoor te waarschuwen en om stappen te ondernemen voor het komende gevaar. Hij kwam tot een overeenkomst met de volkeren van de Balkan, maar toen de overeenkomst in het definitieve stadium was, sloten vier Balkanstaten een afzonderlijke overeenkomst en sloten de Ottomaanse staat uit. De westelijke en Russische invloed was de reden van die verandering.

Abdul-Hamid realiseerde dat het complot om de Ottomaanse staat te vernietigen groter was dan iedereen ooit gedacht had. Het gevaar kwam zowel van binnen als van het buitenland. Hij dacht dat hij voorgoed verlost was van Mithet Pascha en zijn gelijke, maar werd geconfronteerd met Avni Pascha, hoofd van de Ministerraad (As-Sadr Al-Azam) en één van de leiders van het leger. Later ontdekte Abdul-Hamid dat Avni Pascha geld en giften aannam van de Engelsen, en betrokken was bij de verwijdering van Abdul-Aziz (de oom van Abdul-Hamid). Avni Pascha verwikkelde de Ottomaanse staat in de oorlogen van Bosnië tegen de wil van Abdul-Hamid. Abdul-Hamid wist dat wanneer deze oorlog plaats zou vinden, Rusland, Engeland, Oostenrijk - Hongarije, Servië, Montenegro, Italië en Frankrijk allen de Ottomaanse staat zullen aanvallen en Bosnië zouden wegrukken van de Islamitische staat. Avni misinformeerde Abdul-Hamid over de grootte van het Ottomaanse leger in Bosnië. Hij beweerde dat er driehonderdduizend militairen paraat stonden. Nochtans, verifieerde Abdul-Hamid deze informatie met anderen uit het leger en ontdekte dat er slechts dertigduizend militairen paraat stonden in plaats van de driehonderdduizend militairen volgens de informatie van Avni. Het volk hield van Avni waardoor Abdul-Hamid hem niet kon verwijderen van zijn ambt omdat dit de binnenlandse stabiliteit van de staat in gevaar zou brengen. De Westerse machten realiseerden, dat zij de Ottomanen in aantal hadden overtroffen bij de aanval op de vier Balkan staten (Roemenië, Montenegro, Servië, Oostenrijk - Hongarije). Dientengevolge, werden Bosnië en Griekenland verloren en gescheiden van de Ottomaanse staat. Abdul-Hamid legde de fouten van Avni uit en deed hem van de hand. Het publiek keurde deze zet goed. Het hof verklaarde hem schuldig aan samenzwering tegen de Ottomaanse staat en ondersteuning aan buitenlandse machten, zoals Engeland.

De val van de "zieke man van Europa" scheen eminent te zijn. Iedereen wilde zijn deel ervan en dat sluit de Joden niet uit. In 1901 kwamen de Joodse bankier Mizray Orasow en twee andere Joodse invloedrijke leiders om Abdul-Hamid te bezoeken, zij boden hem het volgende aan:

1) Het betalen van alle schulden van de Ottomaanse staat.
2) De opbouw van de Marine van de Ottomaanse staat.
3) 35 Miljoen renteloos aan gouden lira's om de welvaart van de Ottomaanse staat te steunen.

In ruil voor

1) Het toestaan dat Joden, Palestina vrij kunnen bezoeken en zolang te blijven om "de heilige plaatsen te bezoeken."
2) Het toestaan dat de Joden nederzettingen mogen bouwen waar zij zouden leven, en zij wilden dat deze nederzettingen dichtbij Jeruzalem gevestigd zouden worden.

Abdul-Hamid weigerde zelfs om hen te ontmoeten, en zond zijn antwoord naar hen via Tahsin Pascha, en het antwoord was "vertelt die onbeleefde Joden dat de schulden van de Ottomaanse staat geen schande zijn, Frankrijk heeft schulden maar leidt er niet onder. Jeruzalem werd een deel van het Islamitische staat toen Omar Bin Al-Khattab de stad innam en ik ga deze historische schande niet dragen door Het Heilige land te verkopen aan de Joden en wil de verantwoordelijkheid en vertrouwen van mijn mensen niet schaden. De Joden mogen hun geld houden, de Ottomanen schuilen niet in kastelen die met het geld van de vijanden van Islam worden gebouwd."

Hij vroeg hen te vertrekken en nooit meer terug te keren om hem te ontmoeten. Met de Joden en Zionisten in het spel was de schakel compleet, het einde van de Ottomaanse staat was in zicht. Het Joodse geld was belangrijke activa om de vernietiging van de Ottomaanse staat te financieren om zo de Zionistische staat in Palestina te vestigen. De staat waarvoor de Joden bereid waren om alles op het spel te zetten bij het verwezenlijken ervan.

De Joden lieten Abdul-Hamid niet met rust. Later datzelfde jaar, 1901, bezocht de stichter van de Zionistische beweging Theodore Hertzl Istanbul en probeerde Abdul-Hamid te ontmoeten.
Abdul-Hamid weigerde om hem te ontmoeten en hij deelde het hoofd van de ministerraad het volgende "adviseert Dr. Herzl om geen verdere maatregelen in zijn project te treffen. Ik kan zelfs geen handvol van de grond van dit land weggeven, want het is niet van mij, het is van de Islamitische Oemmah. De Islamitische Oemmah die omwille van dit land Jihad heeft verricht en haar bloed hiervoor heeft vergoten. De Joden kunnen hun geld en miljoenen behouden. Als de Islamitische Kalifaat staat op één dag vernietigde zal worden kunnen zij Palestina zonder een prijs ervoor te betalen nemen! Maar terwijl ik in leven ben, zou ik eerder een zwaard in mijn lichaam steken dan toe te zien dat Palestina wordt weggerukt en weggeven door de Islamitische staat. Dit is iets wat niet zal gebeuren, ik kan onze organen niet snijden terwijl wij in leven zijn." Na dit keerden de Joden zich tot de Britten om hun dromen te realiseren.

De Britten en de Fransen waren bereid om de Ottomaanse Staat ten gronde te richten, alleen het woord "Jihad" had genoeg kracht om heel Europa te laten beven. Europa vreesde zelfs voor de "Zieke Man van Europa." De Britten pasten hun belangrijkste buitenlands beleid toe namelijk "verdeel en verover". Het steunde nieuwe groeperingen zoals de "Jonge Turken" en de "Jong Arabieren". Toen de "Jonge Turken" meer macht kregen in de Ottomaanse staat, hoefde Groot-Brittannië zich minder in te spannen, want de "Jonge Turken" deden de rest. Zij richtte een nationale stroming op onder de Turkse inwoners van de Islamitische Staat. Hiertegen ontwikkelden de Arabieren, Armeniërs, Koerden en andere volkeren hun eigen nationalistische stromingen en begonnen zich een deel van hun ras te voelen i.p.v. een deel van de staat, en dat was het begin van het einde van de Islamitische staat. Later in de eerste wereldoorlog werkten de Arabieren met de Britten en de Fransen samen en stonden op tegen de Ottomaanse Staat. Zij werden verraden door de Britten en de Fransen en werden later aangevallen en gekoloniseerd.

Abdul-Hamid vergat de ontwikkeling van zijn staat niet, zo bouwde hij vele instellingen en diensten voor het publiek zoals de Hamedi markt en het paleis Al-Azm in Damascus. Hij bouwde ook vele moskeeën, openbare badhuizen, markten en ziekenhuizen in Caïro, Damascus, Sana, Bagdad en de rest van de Islamitische steden. Ook werkte hij aan de ontwikkeling van het onderwijssysteem. De Ottomanen probeerden het Europese onderwijssysteem te imiteren, dit lukte niet behalve op de twee volgende gebieden, geneeskunde en krijgswetenschappen. Het Ottomaanse leger was lang niet zo zwak als dat de mensen vandaag de dag denken. De Ottomaanse artillerie was de sterkste ter wereld. De Ottomaanse marine was zeer goed georganiseerd en werd gerangschikt als de derde krachtigste vloot ter wereld na de Engelse en de Franse. Vele industrieën zoals de wapenindustrie, weef en suikerindustrie verschenen. De infrastructuur werd gemoderniseerd, en de zeehavens werden uitgebreid. Vele nieuwe kranten werden opgericht en vóór de eerste wereld oorlog hadden Egypte, Irak en Syrië meer dan 1300 kranten en tijdschriften.Voor enige tijd leek het alsof de Zieke Man van Europa zich definitief omhoog zou hijsen, maar de westelijke bondgenoten waren vastbesloten om de Islamitische eenheid kosten wat kost te vernietigen. De niet-moslimminderheden in de Ottomaanse staat werden gebruikt door het Westen om problemen en instabiliteit te veroorzaken, vooral de Christelijk inwoners van de staat. De westerse staten mengden zich in het Ottomaanse binnenlandse beleid onder het mom van "het beschermen van de Christelijke minderheden". Het westen lanceerde ook een campagne, Christelijke predikanten predikten in de Islamitische wereld door Christelijke scholen en kerken te bouwen. Het doel was het wegrukken van moslims van de Islam en het verspreiden van niet-islamitische gewoonten en ideeën. Vele kranten werden om dezelfde reden opgericht, om de meningen van de moslims te vergiftigen en vernietigende ideeën en misvattingen onder hen te verspreiden. Het westen wilde ook de Ottomaanse staat bezighouden en gebruikte hier opnieuw minderheden voor.

Het westen moedigde de Armeniërs aan en financierden hun revolutie tegen de Ottomaanse staat. Engeland hielp de Druzen en Frankrijk hielp Maronieten in Libanon. Beide werden belast met een grote veldslag die door de interferentie van het Ottomaanse leger werd beslecht. Meer problemen tussen Moslims en Christenen vonden plaats, en op een gegeven moment stond de Moslimbevolking van Damascus op het punt de stad schoon te vegen van de Christelijke bevolking. Het Ottomaanse leger mengde zich in de laatste ogenblikken en verhinderde een slachting. Die tijd was een constante slag tussen de samenzwering van het westen en de defensie van Abdul-Hamid en de rest van de gelovige Moslims.

Het is belangrijk om te melden dat de schulden van de Ottomaanse staat, toen Abdul-Hamid aan de macht kwam, bestond uit 2.528 Miljoen gouden Ottomaanse lira's. Toen hij uit zijn macht werd verwijderd was dit slechts 106 miljoen Lira's. Dit betekent dat hij de schuld voor ongeveer 1/20 van zijn originele waarde terug had gebracht. De Jonge Turken, die na Abdul-Hamid kwamen, verhoogden het naar 1300%.
Een dergelijke prestatie van Abdul-Hamid zou de indruk wekken dat hij niet aan ontwikkeling kon besteden, maar het tegengestelde is waar. Abdul-Hamid legde spoorlijnen aan tussen Jemen, Hijaz, Syrië, Irak en Turkije. Toen verbond hij deze met de spoorlijnen van Iran en India.

Hij slaagde erin om de kosten van het project terug te verdienen in slechts twee jaar tijd door het overvloedige gebruik van deze lijnen door Hoedjjadj (de mensen die naar Mekka op pelgrimstocht gaan).

De signatuur van Abdul-Hamid

Abdul-Hamid realiseerde zich dat de enige hoop voor Moslims een vorm van een sterke Islamitische eenheid moest zijn. Abdul-Hamid zag dat het Westen de Islamitische staat wilde verscheuren en vervolgens elk deel afzonderlijk zou koloniseren. De enige wijze om dit te verhinderen was door de Islamitische eenheid te behouden en te activeren. Abdul-Hamid nodigde de Islamitische wereld uit weer onder het Ottomaanse Kalifaatschap te verenigen. Abdul-Hamid was in staat om bijvoorbeeld de Moslims van India en Pakistan zodanig te beïnvloeden dat de Britten in deze gebieden vele tegenslagen ondervonden. Gelijkwaardige resultaten werden ook geboekt met de Moslims uit Rusland en de zuidelijke republieken van de voormalige USSR. Abdul-Hamid zette ook deze Moslims aan om druk uit te oefenen op Rusland. Op dat moment, vermeldt Abdul-Hamid in zijn agenda dat de muren op hem afkomen, en dat hij vindt dat hij alleen niet in staat is om de vijanden van de Islamitische Natie kan bestrijden. Dit was de reden om een alliantie met Duitsland aan te gaan, maar ook dat scheen ontoereikend te zijn, omdat de Duitsers eveneens een deel van de Ottomaanse staat wilden bemachtigen.

Sultan Abdul-Hamid realiseerde dat de grote oorlog zeer nabij was. En het was duidelijk dat de over-blijfselen van de Ottomaanse staat datgene is waar de vechtende fracties voor zullen strijden.

Abdul-Hamid had iets groots nodig, iets krachtig, iets om het gevoel van de Islamitische eenheid in de harten van de moslims overal in de Islamitische wereld te wekken. Abdul-Hamid zocht en zocht en tenslotte besliste hij de Hijaz spoorlijn (1900) aan te leggen. De spoorweg liep van Damascus tot aan Medina, en van Aqaba tot aan Maan. Dit symboliseerde de lijn van de Islamitische Eenheid, alle moslims die deze lijn gebruikten om de bedevaart te doen waren van mening dat de Ottomaanse Khalifah hen dichterbij probeerde te brengen, door middel van een nieuw spoorlijnennetwerk en door één van de meest geavanceerde faxsystemen. Moslims begonnen het gevoel van dankbaarheid en appreciatie te tonen aan de Ottomaanse staat.

De kosten van de spoorweg betaalden zich terug in een paar jaar tijd en het functioneerde als belangrijk instrument om de delen van de Islamitische staat te verbinden. Het diende tevens ook als snelle transportlijn om militaire eenheden te vervoeren en ze te stationeren. Abdul-Hamid lanceerde ook een campagne om het idee van Islamitische eenheid en Islamitische steun te verspreiden in zuid Rusland, India, Pakistan en Afrika. Hij nodigde vele moslimgeleerden vanuit Indonesië, Afrika en India uit naar de Ottomaanse Staat te komen, en hij zette een programma op om moskeen en Islamitische Instellingen te bouwen in de Islamitische wereld.

De Invasie

De Westerse landen reageerden snel en moedigden de Baai van Tunesië aan om tegen de Ottomaanse staat in 1877 in opstand te komen, wat zij ook deden. In 1881 bezette Frankrijk Tunesië, in 1882 bezette Groot-Brittannië Egypte. Later viel Nederland Indonesië binnen en Rusland centraal Azië, Groot-Brittannië vestigde haar macht in India en de Soedan. Het leek erop dat het westen op het punt stond de Islamitische Wereld te verpletteren.

Tenslotte namen 240 leden van de Ottomaanse senaat, op dinsdag 27 april 1909, onder de druk van de Nationale Jonge Turken het besluit om Abdul-Hamid te verwijderen van zijn ambt. Senator Sheikh Hamdi Efendi Mali schreef de Fatwa voor zijn verwijdering en de Ottomaanse Senaat keurde dit goed.

Hier is de vertaling van het Fatwa:

"Als de Imam (leider) van de Moslims de belangrijke religieuze kwesties neemt uit de wetgevende boeken, en deze boeken verzamelt, het geld van de staat verspilt en overeenkomsten sluit die de Islamitische Wet tegenspreken, arresteert, doodt, de mensen zonder reden verbant, dan belooft om het niet meer te herhalen en nog steeds doorgaat waarbij de voorwaarden van moslims rondom de Islamitische wereld wordt verslechterd, dan moet deze leider verwijderd worden uit ambt. Als zijn verwijdering beter is dan zijn verblijf, dan heeft hij de keus om af te treden of verwijderd te worden uit zijn ambt."

De Sjeik van Islam Muhamet Zia Aldin Efendi

De Fatwa is zeer vreemd en elke persoon kan inzien dat de voorwaarden die daarin worden vermeldt niet overeenkomen met de acties en handelingen van Abdul-Hamid. Daarna werd het hoofd van de ministerraad, Tawfiq Pasha opgedragen om Abdul-Hamid het besluit te vertellen. Hij weigerde dit te doen. Toch stuurden zij hem een delegatie van vier mensen: Aref Hikmet, Aram Efendi (Armeens), As'ad Tobatani en Emanuel Orasow (Joods).

Toen zij zijn bureau binnengingen, vonden zij hem daar kalm aan. Aref Hikmat las de Fatwa aan hem voor, daarna kwam As'ad Tobatani vooruit en zei: "De Natie heeft u van uw bureau verwijderd."

Abdul-Hamid werd boos en zei:

"dat de Natie me uit mijn ambt verwijderd heeft, is goed. Maar waarom hebt u de Jood gebracht naar het hoofdkwartier van de Khilafah?"

Waarna hij zich richtte tot Orasow. Het was duidelijk dat dit het moment was van terugbetaling, omdat Abdul-Hamid Palestina niet aan de Joden had verkocht, en nu toonden zij hem aan dat zij een deel waren van zijn verwijdering. Een regelrechte uitdaging voor Abdul-Hamid en tegen de Islamitische Natie.

Abdul-Hamid en de vier mensen toont toen hij werd verteld werd hij verwijderd uit bureau.

Enkele boeken tegen Abdul-Hamid


Na de verwijdering van Abdul-Hamid van zijn ambt begonnen vele schrijvers hem aan te vallen, één van deze mensen was John Haslib, zijn boek genaamd: "de Rode Sultan" werd zeer populair, en werd in vele talen vertaald zoals het Arabisch en Turks. Een Turks boek genaamd "iki devrin perde arkasi" geschreven door Nafiz Tansu. De Ararat Yayinevi was ook een deel van de haatdragende propaganda die de Ottomaanse staat schetste als een dieper en dieper zakkende staat, welke slechts gered kon worden door de "Jonge Turken" die eerder Abdul-Hamid hadden verwijderd. Een andere beroemde Arabische Christelijke schrijver, Georgy Zaydan in zijn boek "Verhalen van de Islamitische Geschiedenis - de Ottomaanse revolutie". Deze boeken zijn niets dan leugens die door mensen worden geschreven die Islam en moslims diep haten. Zij schetsten Sultan Abdul-Hamid af als een man die was verdwaald in de geneugten des levens, zoals vrouwen en alcohol, en een wrede genadeloze tiran ten opzichte van zijn politieke vijanden en zijn mensen. Deze leugens hielden niet lang stand, omdat de waarheid altijd boven water komt.
Tenslotte kwamen er na Abdul-Hamid een aantal zwakke leiders. Zij waren niet capabel genoeg om de Islamitische staat te kunnen handhaven en verloren. Zoals Sultan Abdul-Hamid al eerder had voorzien, vond de Eerste Wereld Oorlog plaats en de Ottomaanse staat werd onderverdeeld. In Hijaz kwamen de Arabieren in opstand met behulp van de Britten en de Fransen die hen later hebben verraden en hebben bezet, en Islamitisch Palestina werd aan de Joden gegeven. Als ze slechts naar Abdul-Hamid hadden geluisterd. De Nationale "Jonge Turken" kregen de macht en Mustafa Kemal Ataturk verklaarde het Islamitische Khalifaat in 1924 ten einde. Dat was het eind van een verenigd leiderschap voor Moslims in 1300 jaar tijd. Het Westen had volledig overwonnen.

Het levensverhaal van deze held is niet mogelijk samen te vatten in een paar bladzijden. Wij vragen de lezers om Al-Fatiha te lezen voor de ziel van Sultan Abdul-Hamid en de Moslims die hun levens wijdden voor het welzijn van de Islam en voor de gehele Islamitische Natie.