zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Islam Biografie Geleerden/Overigen Salahuddien

Salahuddien

In 1187 viel christen koning Arnat van karak een groep onschuldige pelgrims aan, onderweg naar Mekkah om de Hadj te verrichten. De belagers toonden geen medelijden met hun slachtoffers; ze beroofden hen, martelden hen en onteerden hun vrouwen. Onderwijl riep koning Arnat naar de slachtoffers: "Vraag maar aan Mohammed of hij jullie kan helpen." Met deze gebeurtenis kwam er een einde aan de periode van relatieve kalmte die had bestaan tussen de man bekend als Saladin en de Christenen.

Salah ad deen Yusif ibn Ayoub ibn Marwan werd geboren in 1137 n.C. (515 Hidjri), in het noorden van wat vandaag de dag Irak is. Voor de moslims is hij een van de meest vooraanstaande figuren van de laatste duizend jaar. In de westerse geschiedschrijving, echter, is hij berucht voor zijn schermutselingen met Richard Leeuwenhart, en wordt hij zelden gepresenteerd conform de realiteit.

 

Men zegt dat hij een goed gebouwd postuur had, met een licht gelaat, scherpe ogen en een dikke baard. Belangrijker echter, voor wat betreft zijn karakter, Saladin is bekend vanwege zijn moed, de kracht van zijn Imaan, en zijn liefde voor het lezen van de Koran. Hij stond onder de mensen bekend voor zijn welbespraaktheid, en zijn mededogen met zijn mensen. Hij respecteerde de religies van de niet-moslims en stond hen toe deze vrij te beleven, in overeenstemming met de verordening van islam. Veel van deze mensen namen belangrijke posities in tijdens zijn bewind.

Op de 4e februari 1197 N.C. (577 Hidjri) kwam Saladin te overlijden, en werd hij begraven in Damascus. Zijn nalatenschap bestond uit niet meer dan 47 zilvermunten en een goudstuk.

Tijdens zijn leven waren de moslims - evenals de dag van vandaag - verdeeld geraakt onderling, en leden zij onder vernederingen door vreemde mogendheden, voornamelijk de kruisvaarders uit Europa. Het volgende artikel beschrijft hoe Saladin te werk is gegaan om Palestina te bevrijden van de christen kruisvaarders, eerst nadat hij de moslims onder zijn leiderschap had weten te verenigen.

In 1169 nam Saladin de heerschappij over Egypte op zich, waarna hij het verbeteren van haar situatie nastreefde door de gebieden die deel uitmaakten van het land te verenigen. Nadat hij zijn leger in Egypte had opgebouwd, ondernam hij acties om de overige Arabische gebieden, die bijna autonoom van de staat opereerden, onder dit leger te verenigen. Zo werden de gebieden rondom Palestina wederom geannexeerd in de staat, omdat Saladin van mening was dat eenheid onder de moslims zelf een voorwaarde was om in opstand te kunnen komen tegen de christelijke kruisvaarder koningen in het Heilige Land.

Het incident dat in de introductie reeds werd aangehaald, irriteerde Saladin in het bijzonder, toen hij hier eenmaal van had vernomen. Hij had altijd al gedroomd van een bevrijding van Al Quds (Jeruzalem) en de Al Aqsa moskee, en was hier nu toe in staat. In zijn reactie naar koning Arnat verborg Saladin initieel zijn woede over het voorgevallen incident. Zijn reactie was beleefd, en in zijn brief aan koning Arnat vroeg Saladin hem zijn vredesovereenkomst met de moslims te respecteren, al de gevangen moslims vrij te laten en datgene terug te bezorgen dat hij van hen gestolen had. De koning weigerde deze verzoeken echter in te willigen. Hierop concludeerde Saladin dat hem derhalve niets anders restte dan deze koning Arnat een lesje te leren.

Na zijn leger in Damascus voorbereid te heben in maart van het jaar 1187, vertrok Saladin naar Karnak. Na de inname van Karnak stormde zijn leger voort in de richting van Tabarieh, om daar te verblijven in afwachting van een reactie van de kruisvaarderlegers.

Het kruisvaarderleger verzamelde zich in Nazaret, onder leiding van de koning van Jeruzalem. De twee legers troffen elkaar in 1187, en de moslims slaagden erin hun tegenstanders te verslaan. In hun verlangen naar wraak hergroepeerde het deel van het kruisvaarderleger dat de slag overleefd had zich, en zag zich versterkt met nieuwe kruisvaardertroepen uit het gebied, waaronder een leger onder aanvoering van Richard Leeuwenhart. Bij Safarid wachtte dit machtige christelijke leger de troepen van Saladin op.

Maar Saladin was te sluw. Hij koos ervoor Safarid te ontwijken en in plaats daarvan Tabarieh eerst te veroveren. In juli van 1187 nam Saladin's leger Tabarieh in. Zijn plan was de kruisvaarderleger te dwingen Safarid te verlaten, zodat zij enkel na een lange, vermoeiende tocht de moslims zouden treffen.

De kruisvaarders deden precies waar Saladin hen met zijn inname van Tabarieh toe had gedwongen. Met volledige wapenuitrusting - inclusief zwaard, schild en harnas - en in verzengende hitte trokken zij Saladin tegemoet. Bij gebrek aan water putte de tocht de kruisvaarderlegers volledig uit, en decimeerde hun aantallen. En het moslimleger, voorbereid en klaar om te sterven voor Allah 's zaak, stond klaar om hen te verwelkomen.

Op de 4e juli 1187 zou het kruisvaarderleger haar zwaarste verliezen leidden tot dan toe. Nadat de moslims de christenen hadden weten te omsingelen, gaf Saladin op het heetst van de dag de order het uitgedroogde gras in vlam te zetten. Het verlies van de kruisvaarderlegers in de chaos van het vuur, ingesloten door het moslim leger, was alomvattend.

Na dit tweede verlies verzamelden de kruisvaarders een leger van 50,000 man sterk, om strijd te gaan voeren nabij Hiteen. Maar het kruisvaarderleger dat onder aanvoering stond van de Koningen van Jerusalem, Karak en Tripoli, werd wederom verslagen en veel van hun prinsen en ridders werden gevangen genomen. Het was de wil van Allah (swt) dat Saladin tijdens deze slag oog in oog kwam te staan met koning Arnat van Karak. Alvorens hem te doden vertelde Saladin hem dat de reden hiervoor zijn schending van de eer en waardigheid van de Profeet van Allah (saw) was, en zijn moord op onschuldige moslims.

Na Hiteen vertrok Saladin naar het kasteel nabij Tabarieh, dat jij veroverde en opende voor de Islam. Hierna volgde Akka, dat hij op een vrijdag veroverde en opende voor Islam. Hij liet zijn zoon Al Abdal het bestuur van de stad op zich nemen. Hierna volgden overwinning voor Saladin in Sida en Beiroet.

Maar van begin af aan was de bevrijding van Al Quds het doel geweest van Saladin, tezamen met de verwijdering van de heerschappij van de christelijke kruisvaarderkoningen aldaar, en de vereniging van de moslims in het gebied onder de Islam. Met Jeruzalem als zijn doel vertrok hij derhalve in de richting van Askalan. Op deze manier was hij in staat Jeruzalem af te sluiten van de Middellandse Zee waardoor hij de stad kon isoleren. Dit lukte de 5e september 1187.

Alvorens in de richting van Jeruzalem op te trekken kwam Sallahuddieen echter eerst met de bekende Egyptische zeeman Hussein Uddeen al Hajeb overeen, dat deze de Egyptische marine dicht voor de kust van Palestina voor anker zou laten gaan om te voorkomen dat de Christelijke zeevloot de kust zou kunnen bereiken.

De 19e september 1187 naderde Salahuddien Jeruzalem en belegerde hij de stad. Hij bestookte de stad met vuur en projectielen totdat de Christenen zich overgaven. Op vredige wijze nam het leger van Salahuddien de stad hierna in op vrijdag de 2e oktober 1187. Hij liet het kruis vervangen door de vlag van de Islam, en nam het grote kruis op moskee Al Aqsa weg tezamen met alle andere Christelijke symbolen.

Sallahuddien drukte op de meest praktische manier de goedaardigheid en het mededogen van Islam uit door al de bewoners van Jeruzalem de mogelijkheid te geven de stad ongeschonden te verlaten. Dit stond in schril contrast met de inname van de stad door de Christelijke kruisvaarders in 1099. Toen zagen de straten rood van het bloed van 70.000 afgeslachte moslims.

Na de inname van Jeruzalem opende Salahuddien de onderhandelingen met de Christenen om hen over te halen het land van de moslims te verlaten. Het laatste centrum van de Christelijke macht was Akka, en werd ingenomen door de opvolger van Sallahuddien, Zahar Babers.

Wanneer men zich dit korte overzicht van de hoogtepunten uit het leven van sallahuddien tot zich neemt, dan worden een aantal punten duidelijk die nu nog geldig zijn. Ten eerste is dat het feit dat voor Sallahuddien de Christelijke invloed in Palestina zo'n 100 jaar onaangetast was geweest. De moslimnaties waren verdeeld en bevonden zich in een periode van neergang. Vanuit veel opzichten een situatie niet verschillend van de situatie van vandaag. Er was echter een groot verschil met de situatie van vandaag de dag. Ten tijde van Sallahuddien waren de systemen die over de mensen ten uitvoer werden gebracht nog altijd de systemen van de Islam. Wat toentertijd nodig was, was het opstaan van een man met het intellectuele vermogen van Sallahuddien, zijn persoonlijkheid en vastberadenheid, om de Islamitische Staat weer terug te krijgen op het juiste pad, en voorwaarts te leiden. Vandaag de dag, echter, is een man van het kaliber Sallahuddien alleen niet voldoende. Vandaag de dag is er namelijk geen Islamitisch systeem meer, dus enkel een leider terugbrengen zonder de systemen zal niet het gewenste resultaat realiseren. Enkel zoeken naar een man als Sallahuddien is niet de oplossing; als eerste moeten de systemen terug gebracht worden die een intellectuele verheffing van de mensen mogelijk maken.

Ten tweede, Sallahuddien maakte een juiste analyse van de oorzaak voor de heerschappij van de Christenen over de landen van de moslims. Alvorens de Christenen terug aan te vallen, verenigde hij eerst de moslimgebieden onder zijn leiderschap.

Ten derde, de moslims van die tijd, en met hen Sallahuddien in het bijzonder, lieten zich niet leiden door een verstoord beeld van de terugkeer van imam Mehdi en de Khilafah. Sallahuddien concludeerde niet, in strijd met deze bewijzen, dat de situatie geen actie vereiste. Integendeel, hij reageerde adequaat en in overeenstemming met de wet van de Islam.