Uitspraken van geleerden betreffende het wel of niet nemen van Gabar al Ahaad in Aqieda
- zaterdag, 12 november 2011 00:03
- Datum gepubliceerd
De Maalikitische wetschool
. قال أبو الوليد الباجي: ومذهب مالك رحمه الله قبول خبر الواحد العدل وأنه يوجب العمل دون القطع على عينه وبه قال جميع الفقهاء
Aboe al Walied al Baadjie heeft gezegd: “En de wetschool van Malik heeft de betrouwbare gabar al waahid geaccepteerd en (tevens) dat het verplicht is voor de handelingen zonder op zichzelf staande zekerheid (qat’i) en gelijk aan hem zeggen de meeste geleerden dit.” (Isjaara fiel Oesoel blz. 203)
وقال في إيصال السالك في أصول الإمام مالك: والنطقي على قسمين، قطعي وظني، فالقطعي منه هو المشاهد أو المنقول بالتواتر والظني هو المنقول بخبر الآحاد الصحيح وهو حجة ظنية والقطعي حجة قطعية
En hij heeft gezegd in ‘Iesaal il Saalik’ van de oesoel van Imam Maalik: “De uitspraak valt uiteen in twee delen: zekerheid (qat’i) en vermoedelijkheid (dhanni). Voor wat betreft zekerheid, hiervan is het de getuigenis of uitspraak door middel van tawaatoer. En vermoedelijkheid is de uitspraak door middel van een betrouwbare (sahieh) gabar al ahaad en ze is een vermoedelijk (onzeker) argument en de zekerheid is een zeker argument.” (Iesaal oes Saalik van Mohammed bin Yahya bin Oemar al Moechtaar bin Taalib blz. 17)
وقال أبو بكر بن العربي: أما الثاني: الذي يوجب العمل دون العلم فهو خبر الواحد المطلق عما ينفرد بعلمه، وقال قوم: إنه يوجب العلم والعمل كالخبر المتواتر، وهذا إنما صاروا اليه بشبهتين دخلتا عليهم، إما لجهلهم بالعلم، وإما لجهلهم بخبر الواحد، فإنا بالضرورة نعلم امتناع حصول العلم بخبر الواحد وجواز تطرق الكذب والسهو عليه.
Aboe Bakr bin al ‘Arabie heeft gezegd: “Wat betreft het tweede; ‘hetgeen vereist voor de handelingen zonder dat het vereist is voor kennis (‘ilm)’, dit is absolute gabar al waahid wat hetgeen is dat alleen staat in zijn kennis. Het (algemene) volk zegt: Het is vereist voor kennis (‘ilm) en vereist voor de handelingen net zoals gabar al moetawaatir. Zij zeggen dit vanwege twee redenen: óf hun onwetendheid ten aanzien van de kennis (‘ilm), óf hun onwetendheid ten aanzien van gabar al waahid. Omdat het bij ons algemeen bekend is dat kennis (‘ilm) niet bereikt kan worden door gabar al waahid en dat de leugen en vergissing erin worden geoorloofd. (in zijn ‘Hoesoel’ blz. 115)
• وقال أبو عبد الله القرطبي المفسر: واكثر أحكام الشريعة مبنية على غلبة الظن كالقياس وخبر الواحد وغير ذلك.
En Aboe ‘Abdoellah al Qoertoebi de moefassir heeft gezegd: “En de meeste sjari’a wetten zijn gebaseerd op overwinnende vermoedelijkheden (ghalabat ad dhann) zoals qiyaas en gabar al waahid en anderen. (in zijn tafsier djaami’3 li ahkaam il qoeraan bij Allah’s uitspraak: “sommige van de vermoedens (dhann) zijn een zonde/overtreding.” "ان بعض الظن إثم")
• وقال ابن عبد البر: اختلف أصحابنا وغيرهم في خبر الواحد العدل: هل يوجب العلم والعمل جميعاً؟ أم يوجب العمل دون العلم؟
• قال: والذي عليه أكثر أهل الحذق منهم أنه يوجب العمل دون العلم، وهو قول الشافعي وجمهور أهل الفقه والنظر.
En ibn ‘Abd oel Barr heeft gezegd: “Er is een dispuut tussen onze metgezellen en anderen over betrouwbare gabar al waahid: is het vereist voor kennis (‘ilm) en handelingen tezamen? Of is het alleen vereist in de handelingen zonder dat het vereist is voor de kennis (‘ilm)?”
Hij zei: “Degenen vanonder de meeste van de mensen van bekwaamheid (geleerden), zijn van mening dat het vereist is in de handelingen zonder dat het vereist is voor kennis(‘ilm), en dit is wat Sjaafi’i en de meeste mensen van fiqh en onderzoek hebben gezegd. (zoals overgeleverd is in Moesnad aala Taymiyya blz. 220)
De Hanifitische wetschool
.
• وقال السرخسي: قال فقهاء الأمصار رحمهم الله: "خبر الواحد العدل حجة للعمل به في أمر الدين ولا يثبت به علم يقين".
ثم قال: "وقد بينا فيما سبق أن علم اليقين لا يثبت بالمشهور من الأخبار بهذا المعنى فكيف يثبت بخبر الواحد".
Saragsi heeft gezegd: “De prominente geleerden hebben gezegd: ‘betrouwbare gabar al waahid is een argument voor de handeling in de kwesties van de dien en niet gegrond voor kennis (‘ilm oel yaqien).’ Verder zei hij: ‘En wij hebben reeds uiteengezet dat de kennis (‘ilm oel yaqien) niet bewezen kan worden doormiddel van masjhoer ahadieth, dus hoe kan kennis (‘ilm oel yaqien) bewezen worden door middel van gabar al waahid? (Saragsi in zijn mabsoet 80/3)
• وقال أبو الثناء الماتريدي: وحكمه –أي خبر الآحاد- أنه يوجب العمل دون العلم.
Aboe ath thanaa’ al Maatoeriedie heeft gezegd: “en zijn oordeel – d.w.z. gabar al waahid – is vereist voor de handeling zonder (dat het vereist is) voor kennis (‘ilm).” (in zijn boek oesoel oel fiqh blz. 148)
De Sjaafi’itische wetschool
• قال أبو بكر الصيرفي: خبر الواحد يوجب العمل دون العلم ونقله عن جمهور العلماء منهم الشافعي.
Aboe Bakr as Sieriefie heeft gezegd: “Gabar al waahid is vereist voor de handeling zonder (dat het vereist is) voor kennis (‘ilm) en hij heeft deze opinie overgeleverd van de meeste geleerden, één van hen was as Sjaafi’i. (in Az Zarkasjie fiel bahr, blz. 262/4).
• وقال النووي في شرح مسلم: وهذا الذي ذكره ابن الصلاح في شأن صحيح البخاري ومسلم في هذه المواضع خلاف ما قاله المحققون والأكثرون فإنهم قالوا: أحاديث الصحيحين التي ليست بمتواتره إنما تفيد الظن فإنها آحاد، والآحاد إنما تفيد الظن على ما تقرر ولا فرق بين البخاري ومسلم وغيرهما في ذلك، وتلقي الأمة بالقبول إنما أفادنا وجوب العمل بما فيهما وهذا متفق عليه، فإن أخبار الآحاد التي في غيرهما يجب العمل بها إذا صحت أسانيدها ولا تفيد إلا الظن فكذا الصحيحان.
وقال أيضاً: وأما خبر الواحد فهو ما لم يوجد فيه شروط المتواتر سواء كان الراوي له واحداً أو أكثر واختلف في حكمه، فالذي عليه جماهير المسلمين من الصحابة والتابعين فمن بعدهم من المحدثين والفقهاء وأصحاب الأصول ان خبر الواحد الثقة حجة من حجج الشرع يلزم العمل بها ويفيد الظن ولا يفيد العلم.
An Nawawie heeft gezegd in zijn sjarh moeslim: “En hetgeen vermeld is door ibn as salaah over sahieh al boechaari en moeslim is in strijd met hetgeen wat gezegd is door de meeste geleerden, zij hebben gezegd: ‘dat de ahadieth van de twee sahieh’s niet moetawaatir zijn en ze vermoedelijkheden (dhann) bevatten omdat ze ahaad zijn en de ahaad impliceren vermoedelijkheden (dhann) zoals gezegd is. En er is geen verschil tussen de ahadieth van al Boechaari en Moeslim en anderen (andere boeken van hadieth), en de acceptatie van de oemma van de ahadieth van de twee sahieh’s impliceren de verplichting om ernaar te handelen (‘amal) en er is geen discussie over dit omdat het een verplichting is om te handelen volgens de gabar al waahid in andere boeken van hadieth, indien de isnaads van de overleveraars betrouwbaar zijn, alhoewel deze ahadieth enkel en alleen vermoedelijkheid (dhann) impliceren, en hetzelfde geldt voor de twee sahieh’s.’
Hij heeft tevens gezegd dat: “Gabar al waahid is de gabar welke niet aan de voorwaarden voldoet van moetawaatir, ongeacht de overleveraar één of meer was, en er was een discussie hierover maar het was welbekend onder de meerderheid van de moslims van de sahaba’s en de tabie’ien en de geleerden van de ahadieth en de foeqahaa’ en de geleerden van ahadieth die later zijn gekomen, dat de betrouwbare gabar al waahid een bewijs is voor de wetgeving (sjar’i), handelen ernaar is verplicht maar het bevat vermoedelijkheden (dhann) en geen kennis (‘ilm).” (Imam Nawawie in zijn Sjarh Sahieh Moeslim blz. 131/1 en 20/1 of 26/1)
• وقال الحافظ ابن حجر العسقلاني في نخبة الفكر عند كلامه على المتواتر: فكله مقبول لإفادته القطع بصدق مخبره بخلاف غيره من أخبار الآحاد.
En al Haafidh ibn Hadjar al Askalaani heeft gezegd in ‘nachbatoel fikr’ bij zijn uitspraken over moetawaatir: ‘dit alles wordt geaccepteerd met zijn aanduiding van zekerheid met bevestiging over zijn boodschap in tegenstelling tot achbaar al ahad.” (Nachbatoel fikr fil moestalahaat ahloel athar blz. 38)
• وقال البيضاوي: لا ينسخ المتواتر بالآحاد لأن القاطع لا يرفع بالظن.
Al Baidawi heeft gezegd: ‘Moetawaatir wordt niet opgeheven door ahaad omdat zekerheid (qaat’i) niet opgeheven kan worden door onzekerheid (dhann).” (in ‘al manhadj’ met zijn uitleg van Djoezri blz. 431/1)
• وقال الماوردي في الحاوي: وإذا كان كذلك فهو وان أوجب العمل فغير موجب للعلم الباطن بخلاف المستفيض والمتواتر.
Al Mawardi heeft gezegd in Al Haawiya: “En wanneer het zo is, dan is het verplicht om ernaar te handelen (‘amal) maar het is niet vereist voor kennis (‘ilm), in tegenstelling tot de hadieth moestafiedh en moetawaatir.” (Al Haawiya al Kabier blz. 144/20).
MODERNE GELEERDEN
• قال الشيخ تقي الدين النبهاني: خبر الواحد: وهو ما رواه عدد لا يبلغ حد التواتر في العصور الثلاثة ولا عبرة بما بعدها، وهو يفيد الظن ولا يفيد اليقين.
Taqqieoeddien an nabhani zei: “gabar al waahid is hetgeen overgeleverd is door een aantal overleveraars welke niet de tawaatoer bereikt in de eerste drie generaties (sahaba, tabi’ien en tabi’ at tabi’ien), en hetgeen na deze drie generaties komt heeft geen autoriteit, het (gabar al ahaad) impliceert vermoedens (dhann) en geen zekerheid (yaqien). (Sjachsiyya blz. 78/3)
وقال الشيخ حسن البنا: فالذي عليه جماهير المسلمين من الصحابة والتابعين فمن بعدهم من المحدثين والفقهاء وأصحاب الأصول: ان خبر الواحد الثقة حجة من حجج الشرع يلزم العمل بها ويفيد الظن ولا يفيد العلم
Hassan al banna heeft gezegd: “en hetgeen bij de meeste moslims van de metgezellen en de tabi’ien was, en degenen na hen van de hadieth geleerden en foeqahaa’ en de mensen van oesoel: dat de betrouwbare gabar al waahid een bewijs is voor wetgeving (sjar’i) en gebonden is aan handelingen en enkel en alleen vermoedelijk (dhann) is en het geen kennis (‘ilm) aanduidt. (in moebaahith fil oeloem oel hadieth blz. 37 en naar boven.)
• ويقول سيد قطب على الأحاديث التي رواها مسلم في صحيحه في أن النبي قد سحره لبيد بن ألاعصم اليهودي: يقول: ولكن هذه الروايات تخالف أصل العصمة النبوية في الفعل والتبليغ ولا تستقيم مع الاعتقاد بأن كل فعل من أفعاله وكل قول من أقواله سنة وشريعة، كما أنها تصطدم بنفي القرآن عن الرسول أنه مسحور وتكذيب المشركين فيما كانوا يدعونه من هذا الافك ومن ثم تستبعد هذه الروايات، وأحاديث الآحاد لا يؤخذ بها في أمر العقيدة والمرجع هو القرآن والتواتر شرط للآخذ بالأحاديث في أصول الاعتقاد.
En Sayyid qoetb heeft gezegd over de ahadieth overgeleverd in Moeslim’s Sahieh dat de Profeet (saw) behekst was door Loebaid bin al A’asim de Jood: hij zegt: “Maar deze overlevering spreekt de basis van bescherming van de Profeet tegen in de handelingen en bereikt geen zekerheid in geloof omdat elke daad en uitspraak van de Profeet (saw) Soenna en Sjari’a zijn. En deze overleveringen spreken tevens de ontkenning van de Koraan tegen dat de Profeet (saw) behekst zou zijn. En hoe de Koraan de aantijgingen van de Moesjrikien weerlegt is waarom we niet kunnen vertrouwen op dergelijke overleveringen en ahadieth al ahaad niet worden genomen in Aqieda zaken. En de referentie voor dergelijke kwesties is de Koraan. En de moetawaatir is een voorwaarde om de hadieth te nemen in de oesoel van de Aqieda.” (Fie Dhilaal oel Koraan blz. 4008/6 over de tekst van soera al Falaq)
Islam 
