zondag, mei 20th

Last update02:02:43 PM

Home Concepten Islamitische Concepten Het belang van het Goddelijke Oordeel en de plaats hiervan in onze leven

Het belang van het Goddelijke Oordeel en de plaats hiervan in onze leven

De mensheid leidt zijn leven hoe dan ook volgens een bepaald wet. Zo zal je geen één mens vinden die zonder enig wet, zonder enig regel zijn leven zou leiden. Ieder mens heeft, juist of onjuist, bepaalde begrippen in bezit. Al zijn de begrippen waarover men beschikt verkeerd het zal het gedrag van de individuele persoon of de handelingen bij sociale banden een richting uitduwen. De handelingen die men uitvoert of het gedrag dat men vertoont komt voort uit de systemen die men heeft geaccepteerd. Zolang de concepten niet veranderen zullen noch het gedrag noch de situatie een klein verandering ondergaan.

Hierdoor is het zeer belangrijk om te weten aan welke concepten men is toegewijd en aan welke wetten men zich heeft toegelegd. De systemen die wij, moslims, moeten aannemen is ongetwijfeld de shari'ah die neergezonden is door de Shari (Wetgever vert) zodat onze richtlijn uitsluitend El Hoekmoe esh-sher'ie of het Goddelijke Oordeel kan zijn.

 

Shari, de Shari'ah en het Goddelijke Oordeel…

Doordat deze drie Islamitische begrippen vervreemd zijn, komen ze ons ook jammer genoeg onbekend voor. De oorzaak hiervan is dat deze begrippen uit onze dagelijkse leven zijn verwijderd. Vooraleer we de oorzaak verder gaan verduidelijken zullen we eerst deze drie begrippen één voor één uitleggen.

Shari: Diegene die de Shari'ah (regels, wetten) oplegt. Diegene is niet de mens maar Allah (subhanehu we teala). Aangezien de mens zwak, gebrekkig, begrensd en afhankelijk is, kan hij niet in staat zijn om regels op te leggen die de mensheid zou voldoen. Hoewel de mensen vandaag de dag zelf regels proberen op te stellen kan je aan de neergeschreven wetten zien hoe tegenstrijdig het is met de menselijke aard. Hieruit kan herleid worden dat de meest geschikte systeem zonder twijfel alleen door Allah (subhanehu we teala) kan voortgebracht worden.

De Sheri'ah: Dit is het systeem/het geloof dat door Shari met andere woorden Allah (subhanehu we teala) d.m.v. Muhammed (sallAllahu 'alayhi wa sallam) is neergezonden voor alle mensen.

El Hoekmoe esh-sher'ie: De uitspraak van de Shari/Wetgever m.b.t. de handelingen van de dienaren. Deze uitspraken vloeien voort uit de Quran, de Soennah, de Idjma'a es-sahabah en Qiyas.

De aanspreking van de Shari zal niet buiten deze vier bronnen vallen. Om het een of het ander te kunnen bewijzen of om te kunnen spreken over het Goddelijke Oordeel moet het uit één van deze vier bronnen komen. Anders kan het geen Goddelijk Oordeel genoemd worden.

Nadat we El Hoekmoe esh-sher'ie hebben uitgelegd. Dus nadat we hebben verteld dat het hier gaat om een aanspreking van Allah (subhanehu we teala) over de daden van de mensheid en dat deze aanspreking alleen maar uit de vier bronnen kan gehaald worden, blijft er nog maar één probleem over. En dat is de vraag; wat is juist de aanspreking van Allah (subhanehu we teala) over de daden van de mensheid? Wat voorsoorten Goddelijke Oordelen bestaan er?

We vaststellen dat het hier gaat om fard, haraam, mandoeb, makroeh en mubah.

 

Fard (verplicht): Bij het naleven van de verplichting wordt men er voor beloond. En bij het niet naleven wordt men gestraft. Geboden met verwijzingen naar bestraffingen worden als fard geclassificeerd.

Voorbeeld: de mensen tot het goede (Islam) uitnodigen, dragen van de da'wah, het vasten tijdens de ramadhaan, het verrichten van het gebed, etc.


Haraam (verboden): Verplichte onthouding. Het verrichten ervan wordt gestraft en het onthouden ervan wordt beloond. Verboden met verwijzingen naar bestraffingen worden als haram geclassificeerd.

Voorbeeld: Zina, het drinken van alcohol, je moslim broeders/zusters kwetsen, vermoorden of stemmen op de bloedzuigers van onze broeders en zusters, stemmen op de verraadde leiders die collaboreren met de ongelovigen, etc.


Mandoeb (aangeraden): De aanspreking van de Shari over de handelingen van de mensheid die niet resoluut zijn. Het verrichten ervan is een bevordering, men wordt er voor beloond en bij het niet verrichten ervan wordt men er niet voor gestraft.

Voorbeeld: verrichting van het nacht gebed, glimlachen naar je broeder of zuster, verrichting van het taraweeh gebed tijdens de Ramadan, etc.

 

Makroeh (afgeraden): De aanspreking van de Shari over het nalaten van een daad die niet resoluut is. Het nalaten er van is een bevordering, men wordt er voor beloond en bij het verrichten ervan wordt men niet gestraft.

Voorbeeld: de nagels laten groeien, eten met de linkerhand, etc.


Mubah (vrijgelaten): De aanspreking van de Shari over de ongebondenheid tussen de verrichting en onthouding van een daad. De verrichting of de onthouding ervan resulteert niet tot beloning of straf. Dit wil echter niet zeggen dat er over die daad geen oordeel is neergezonden. Integendeel, in één van de vier bronnen is er een oordeel neergezonden waardoor men het "mubah" heeft genoemd.

Voorbeeld: De oorspronkelijke eigenschap van een voorwerp is mubah of halaal. Om te kunnen tonen dat iets niet mubah is, dus dat het voorwerp niet mubah is, is er een daliel shar`i vereist. Zolang er geen bewijs (daliel) te vinden is, zal het voorwerp mubah blijven.

 

Zoals we kunnen opmerken zijn deze onbekende termen eigenlijk de belangrijkste waarden die onze wereldse en hiernamaals leven aangaan. De enige reden van onze aanwezigheid op dit wereldse leven is ongetwijfeld geloven in de Shari, de neergezonden Shari'ah door Hem aannemen als het enige systeem en El Hoekmoe esh-sher'ie (het Goddelijke oordeel) volgen.

Zich binden aan de Goddelijke Oordelen vormt de basis van onze leven. De Goddelijke Oordelen komen voort uit het islamitische credo (‘aqiedah) en deze vormen samen een onafscheidelijk geheel. Het islamitische credo vereist een onderwerping aan Allah d.m.v. aanbidding. Het vereist de acceptatie van Allah als enige Schepper. Het vereist de verwerping van de afgoden en het weigeren van de aanbidding van onze begeerten. Daarom ziet men bij het toewijden aan de Goddelijke Oordelen dat men beschikt over een islamitisch credo. Als men in beschikking is van een Islamitische credo, maar niet handelt volgens de Goddelijke Oordelen kan men dit niet bewijzen.

In de tijd van de Profeet Mohammed (sallAllahu 'alayhi wa sallam) zag men een groot verschil tussen de gelovigen en de ongelovigen. Zodra ze gezien werden, werd het duidelijk over welke credo zij beschikten. Dit doordat zij handelden volgens hun credo.

De Musrikien praatten volgens hun credo, kleedden zich volgens hun credo en voedden zich volgens hun credo. Doordat het credo van de moslims ook helder is en ze de Goddelijke Oordelen grondig volgden, was hun kleding, gesprek, handelingen een bewijs voor hun moslim zijn.

Helaas vandaag de dag, is men in een situatie beland waarin men nagenoeg het verschil tussen de Moslims en de Musrikien niet kunnen zien. Hoewel de moslims beschikken over een Islamitische credo, is hun maatstaf niet de Qoran en de Sunnah, zo is ook het systeem waaraan ze verbonden zijn niet het Islamitische systeem. Hierdoor kunnen ze, ondanks dat ze moslims zijn, beschikken over dezelfde ideeën als die van de ongelovige of ze kunnen eten, praten, zich kleden als een ongelovige. Dit komt doordat men niet toegewijd is aan de Goddelijke Oordelen, want een moslim die toegewijd is aan de Goddelijke Oordelen handelt volgens het Islamitische credo.

Er zijn vele verzen waarbij de dalaalah al qat’i (zekere verwijzingen) ons laten zien dat het verplicht is ons te binden aan de wetgeving van Allah. Eén van deze is als volgt;

Allah (subhanehu we teala) zegt:

فَلاَ وَرَبِّكَ لاَ يُؤْمِنُونَ حَتَّىَ يُحَكِّمُوكَ فِيمَا شَجَرَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ لاَ يَجِدُواْ فِي أَنفُسِهِمْ حَرَجاً مِّمَّا قَضَيْتَ وَيُسَلِّمُواْ تَسْلِيماً

"Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen." (Nisa: 65)

In een andere ayah zegt Allah (swt):

وَمَا آتَاكُمُ الرَّسُولُ فَخُذُوهُ وَمَا نَهَاكُمْ عَنْهُ فَانتَهُوا وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ شَدِيدُ الْعِقَابِ

"En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreest Allah, zeker, Allah is streng in het straffen." (Al Hasjr 7)

 

En RasoelAllah (saw) heeft gezegd:

“Degene die een daad verricht die niet in overeenstemming is met deze zaak van ons (de islam), het zal afgewezen worden.” (Overgeleverd door Muslim, al-Aqdiyyah, 3243)

“Jullie zullen geen Imaan hebben totdat jullie je verlangen binden aan wat ik heb gebracht (de Islamitische wetgeving).”

 

In desbetreffende verzen en ahadith worden de verplichtingen en het belang van de toewijding aan de Goddelijke Oordelen benadrukt. Er wordt hoe dan ook bevolen om volgens de bevelen en geboden van Allah (subhanehu we teala) te leven. Als men oplet ziet men dat het in Soerah Al-Nisa 65 over de Imaan gaat. Er wordt bevolen om de problemen die de mensen tegen komen op te lossen volgens het Islamitisch systeem en er wordt benadrukt voor diegene die dit niet doen, met andere woorden dat diegene die zich niet aan de Islam hebben overgegeven geen Imaan hebben gepleegd. Inde tweede vers nodigt Allah (subhanehu we teala) de mensen uit om Hem te vrezen. Diegene die niet gebonden blijven aan Zijn Oordelen worden bij deze vers beangstigd met de kwelling.

In dat geval is de verbondenheid aan de Goddelijke Oordelen, het geloof in Allah (subhanehu we teala), in Zijn Boodschapper en Zijn neergezonden Shari'ah de voornaamste en belangrijkste zaak. Deze zou een voorrang boven alles moeten hebben. Echter is nog een andere kwestie, dat is zonder enig ongemak, met een volledig overgave verbonden zijn aan de Goddelijke Oordelen.

Dit is een voorwaarde die Allah (subhanehu we teala) stelt om een werkelijk Imaan te verkrijgen. Allah (swt) zegt:

"Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen Imaan gepleegd hebben, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen."(Nisa: 65)

De ideale voorbeelden waren ongetwijfeld de metgezellen van onze Profeet (sallAllahu 'alayhi wa sallam). Wanneer zij een bevel van Allah (subhanehu we teala) vernamen, gaven zij zich over zonder enig ongemak te tonen. Dit omdat zij zich hadden onderworpen aan Allah (subhanehu we teala). Zij beloofden alle bevelen en geboden van Allah (subhanehu we teala) te volbrengen en ze hielden zich ook werkelijk aan hun beloftes door zich over te geven aan de Shari'ah van Allah (subhanehu we teala) hebben ze hun aanbidding volbracht. Hierdoor is het dat ze voor hun goed gedrag beloond worden met het buur worden van de profeet (sallAllahu 'alayhi wa sallam) in het paradijs.

Terwijl Allah (subhanehu we teala) beveelt om een volledig overgave aan de Goddelijke Oordelen en bovendien de mensen ook nog afschrikt met Zijn kwelling, zijn de hedendaagse moslims toch gebonden aan systemen die niets te maken hebben met het Islamitische systeem. En wanneer we hen hun situatie vertellen, accepteren ze dit niet. Uit hun gedrag en handelingen ziet men echter dat ze verbonden zijn aan andere regels. Hun dagelijkse leven, hun sociaal leven, hun doel in hun leven laat zien dat ze niet verbonden zijn aan de Goddelijke Oordelen. Wanneer een moslim, die niet gebonden is aan de Goddelijke Oordelen, een klein of een groot probleem tegenkomt weet hij niet dat de Islam er een oplossing voor kan bieden, laat staan dat zij werkelijk naar een oplossing gaan zoeken in de Islam. Of hij handelt volgens de oplossingen die het Westen hem aanbiedt oftewel handelt hij volgens de oplossingen die zijn gewoontes en tradities hem aanbieden.

De grootste reden waarom de moslims vandaag de dag in deze situatie zitten komt doordat de Goddelijke Oordelen (met andere woorden de Islam) niet in een staat, in het leven en in een maatschappij terug te vinden is. Wanneer de mensen naar hun gezin, hun omgeving, de samenleving en de staat kijken ziet men dat er een niet-islamitische systeem heerst. Tegen wil en dank worden we hierdoor beïnvloed en schikken we ons leven ernaar. Daarom is het van groot belang en ook verplicht voor alle moslims dat ze zich met hand en tand inzetten voor de stichting van de staat van de Islam, namelijk de Khilafah. Zonder een toewijding aan de Goddelijke Oordelen is een Islamitische staat natuurlijk ondenkbaar.

In de eerste plaats moeten we de Goddelijke wetten kennen en ons er grondig aan toewijden. Daarna moeten we ons inzetten om de Goddelijke wetten waaraan we ons hebben toegewijd of met andere woorden de Shari'ah te laten heersen over de wereld. Wij moslims moeten inzien dat er niets belangrijker is op dit moment dan de stichting van de Khilafah. Het zou onze primaire doel moeten zijn en wij zouden moeten streven om onze doel te verwezenlijken.

 

Beste broeders en beste zusters!

Laten we ons haasten om de Shari’ah na te komen en laten we het zeker niet uitstellen tot later. Hiervoor zouden we misschien de tijd niet voor hebben. We zouden de dagen waarnaar we het hebben uitgesteld misschien niet kunnen bereiken. Als we vandaag de bevelen en geboden van Allah (subhanehu we teala) gaan vergeten, als we Allah (subhanehu we teala) gaan vergeten, dan zouden wij op de Dag des Oordeels ook vergeten kunnen worden. Moge Allah (subhanehu we teala) ons hiervoor behoeden."Hij zal zeggen: "Mijn Heer waarom hebt Gij mij blind doen opstaan, terwijl ik kon zien?"

قَالَ اهْبِطَا مِنْهَا جَمِيعاً بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُم مِّنِّي هُدًى فَمَنِ اتَّبَعَ هُدَايَ فَلَا يَضِلُّ وَلَا يَشْقَى {123} وَمَنْ أَعْرَضَ عَن ذِكْرِي فَإِنَّ لَهُ مَعِيشَةً ضَنكاً وَنَحْشُرُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ أَعْمَى {124} قَالَ رَبِّ لِمَ حَشَرْتَنِي أَعْمَى وَقَدْ كُنتُ بَصِيراً {125}‏ قَالَ كَذَلِكَ أَتَتْكَ آيَاتُنَا فَنَسِيتَهَا وَكَذَلِكَ الْيَوْمَ تُنسَى {126} وَكَذَلِكَ نَجْزِي مَنْ أَسْرَفَ وَلَمْ يُؤْمِن بِآيَاتِ رَبِّهِ وَلَعَذَابُ الْآخِرَةِ أَشَدُّ وَأَبْقَى

Allah zal zeggen: "Aldus kwamen Onze tekenen tot u en gij hebt er geen acht op geslagen en insgelijks zal op deze Dag op u geen acht worden geslagen." Op deze wijze vergelden Wij hem die buitensporig is en niet gelooft in de tekenen van zijn Heer; en de straf van het Hiernamaals is zeker gestrenger en langer van duur." (Taa Haa 123-127)

 

Bron: IslamDevleti.org